U bent hier

De derde partij: kleurrijke impuls of countervailing power

“..Bij bestuurders bij wie het normatieve kompas nog gebrekkig is ontwikkeld, kan het zinnig zijn hen te socialiseren en te conditioneren..”

Recent werd ik door een collega gewezen op het rapport van de WRR met de titel Van tweeluik naar driehoeken. Versterking van interne checks and balances bij semipublieke organisaties.

Het werd aangekondigd als opvolger van het naar mijn idee goede rapport van de commissie Halsema (Goed bestuur; een lastig gesprek). In beide rapportages worden uitstekende analyses beschreven en ook prima suggesties gedaan. Er zijn ook verschillen en die zijn, tussen de regels door, aanzienlijk. 

Zo zijn het bij de commissie Halsema uiteindelijk de mensen die structuren werkend maken. 

In het rapport ‘de derde partij’ wordt daarentegen -vanuit een bestuurskundige blik op organisaties- vooral ingezet op macht en tegenmacht. Feitelijk wordt via allerlei derde-partij-opties getracht verder dicht te regelen wat menselijk is. Wil de sector dit zelf niet of onvoldoende, dan zijn er nog de onderwijsinspectie en Den Haag.

Ik geef toe, mijn kritische houding ten aanzien van dit rapport is ook ontstaan door een bijzin op pagina 33. Socialiseren en te conditioneren?! Hierin lijken -waarschijnlijk onbedoeld maar ongelukkig en tamelijk instrumenteel- bestuurders te worden vergeleken met dieren. 

Reisgenoot

Verus werkt vanuit de waarden ‘vertrouwd, verbindend en bevlogen’ als kritische vriend van mensen –op allerlei posities- binnen schoolorganisaties. De school(organisatie) is een gemeenschap, die niet ophoudt bij de grenzen van het schoolplein. Daarin wil ik ook reisgenoot zijn van de veranderingen en ontwikkelingen die de schoolorganisatie meemaakt en inzet. 

In de afgelopen jaren hebben we allerlei programma’s en diensten ontwikkeld, gericht op te onderscheiden geledingen ‘apart’ maar veel vaker juist samen aan tafel. 

Ik gebruik casussen of mooie filmpjes tijdens trainingen of netwerkbijeenkomsten uit de andere delen van ‘de’ semipublieke sector. Ik spiegel op het gedrag, dat we tijdens bijeenkomsten zien, en brengen nieuwe inzichten vanuit andere branches en sectoren in. Ook zetten we in om een aanspreekcultuur binnen de schoolorganisaties zelf te ontwikkelen. Dus je zou kunnen zeggen dat we als Verus al een soort ‘derde’ positie al innemen; maar dan wel één die wezenlijk verschilt van die in het WRR-rapport. 

Een gesprek over checks en balances; maar anders

Natuurlijk, ook ik heb het in trajecten over begrippen als ‘checks en balances’ of over ‘de positie van de controller’ en ‘risico management’. Maar ik ga het gesprek hierover wel aan vanuit een andere grondhouding, dan die ik in het rapport van de WRR lees. 

Bijvoorbeeld: de WRR heeft het over de formele, min of meer geïnstitutionaliseerde rol die stakeholders of belanghebbenden zouden kunnen krijgen. Ik herken het voorbeeld van de betreffende woningcorporaties. Punt is alleen dat de WRR deze ‘derde partijen’ als tegenmacht inzet. Het komt mij te veel over als een oude discussie over de opgelegde ‘horizontale en verticale verantwoording’.  

Als derde partij

Ik zou het liever willen omdraaien: het zou volstrekt logisch moeten zijn dat de bestuurder en toezichthouders het gesprek aangaan met mensen van binnen en buiten; omdat daarmee kennis en kunde wordt gebruikt, verbinding kan worden aangegaan, vondsten worden gedaan, etc. Alles ter verbetering van de schoolorganisatie als totaal, sterker nog: ter verbetering van de kwaliteit van onderwijs. 

Dat doe je omdat je dat zelf wilt, belangrijk vindt (niet alleen omdat het ‘nut’ heeft) en zeker niet (alleen) omdat het moet. 

Niet om de intern toezichthouder –als extra countervailing power- te helpen zoals beschreven door de WRR. 

Wel om als vertrouwd, betrokken en bevlogen derde de meervoudige context van partijen tot uitdrukking te brengen. Een derde partij kan zo een kleurrijke impuls zijn om een veranderingsproces tot een goed einde te brengen.

Dimitri van Hekken is adviseur Governance, cultuur en organisatie. Hij werkt vanuit een kritische vriendschap met mensen op allerlei niveaus in de schoolorganisatie. Soms als coach van een (aspirant) directeur-bestuurder of schoolleider, soms als adviseur ter ondersteuning van een organisatieveranderingsproces. Telkens op zoek naar hoe ‘werken en leren’ meer verbonden kunnen worden.

 

Nieuwe reactie inzenden