U bent hier

Zijn we bereid om een orthodoxe minderheid ruimte te geven?

Ruimte is wat mij betreft het kernwoord in het onderzoek dat Niels Rijke deed naar het benoemingsbeleid op orthodox-protestantse scholen. Ruimte voor orthodoxe christenen in de samenleving, ruimte voor minderheden op orthodoxe protestantse scholen en de open ruimte in het recht om het goede gesprek te faciliteren.

Benoemingsbeleid dat scholen (openbaar en bijzonder) de mogelijkheid geeft bepaalde eisen aan hun personeel te stellen, is een belangrijk middel om leraren aan te trekken die geloofwaardig kunnen functioneren op school. Zij moeten immers in staat zijn de pedagogische en levensbeschouwelijke uitgangspunten van scholen uit te dragen.

Er klinkt vanuit de samenleving regelmatig kritiek op dit beleid, dat scholen mogen voeren op basis van de vrijheid van onderwijs, en ook de vrijheid van godsdienst en vereniging. Zeker wanneer er zaken in de media komen over een homoseksuele leraar die zijn ontslag bij een vrijgemaakt-gereformeerde school aanvecht, of de docent van een reformatorische school die wordt ontslagen om een toneelstuk.

Geloofwaardig

Het onderzoek waarop Rijke deze week promoveerde, levert een belangrijke bijdrage aan het inzicht waarom orthodoxe protestantse scholen hechten aan identiteitsgebonden benoemingsbeleid. Dit type scholen hecht belang aan een zeer specifieke invulling van dat ‘geloofwaardig kunnen functioneren’ omdat zij zich zien als een gemeenschap stoelend op een specifiek mens- en wereldbeeld. Het levert in het publieke debat vanwege botsende normen en waarden wel de nodige vragen op: in hoeverre is er sprake van discriminatie? In hoeverre krijgen leerlingen op deze scholen openheid voor andersdenkenden mee? De vraag die hier achter ligt is: in hoeverre is men bereid om een orthodoxe minderheid ruimte te geven?

Interne spanningen

Het onderzoek maakt niet alleen de verschillen duidelijk tussen de verschillende orthodoxe protestantse opvattingen, maar laat ook de ontwikkelingen in het mens- en wereldbeeld van orthodoxe protestantse groepen zien. De diversiteit aan opvattingen neemt toe, waardoor er een verschil kan ontstaan tussen de formele – dat wat in de statuten staat en beschreven is in identiteitsdocumenten - en de geleefde identiteit – de manier waarop de school in het dagelijks leven functioneert-. Het leidt tot spannende interne vragen: in hoeverre is men bereid ruimte te geven aan minderheden binnen scholen? In leerlingpopulatie én in het docententeam.

Open ruimte

Zowel het publieke debat als het interne debat heeft haar weerslag in het recht. Er is geen sprake van afgebakende grenzen, maar van (ik citeer hier Rijke) “onduidelijke en open compromisbepalingen en uitzonderingsbepalingen”. Juridisch gezien onderschrijf ik dat. Als ik het vanuit het perspectief van de school aanvlieg, zie ik ook de waarde ervan: het zorgt ervoor dat iedere casus op zich staat en het van de situatie afhangt of de uiteindelijk genomen beslissing correct genomen is. Het levert zogezegd een open ruimte op, waarin het goede gesprek gevoerd moet worden.

Tot slot onderschrijf ik het belang dat Niels Rijke constateert van het in samenhang kijken naar recht, samenleving, cultuur en religie. Daar waar recht en werkelijkheid elkaar ontmoeten is het multidisciplinaire perspectief nodig om de open ruimte op te zoeken en het goede gesprek te voeren.

Nieuwe reactie inzenden

Dico Baars

adviseur public affairs
0348 74 44 37