U bent hier

Abraham Kuyper over onderwijs: deze drie inzichten doen we op

Schrijvers komen vaak woorden tekort om ‘de alleskunner’ Abraham Kuyper te omschrijven. De predikant, premier en populist heeft een belangrijk stempel op de Nederlandse samenleving gedrukt. Zijn naam klinkt vaak in dezelfde zin met ‘soevereiniteit in eigen kring’. En in het nog altijd voortdurende debat over onderwijsvrijheid (artikel 23 van de Grondwet) wordt Kuyper met enige regelmaat aangehaald.

Abraham Kuyper verzette zich immers tegen de ongelijke behandeling van openbare en bijzondere scholen. Protestanten en rooms-katholieken mochten in zijn tijd weliswaar hun eigen scholen stichten, maar deze scholen werden niet in dezelfde mate door de overheid gefinancierd. Met een ‘beroep op het volksgeweten’  verzamelde hij in 1878 ruim 300 duizend handtekeningen. Zijn katholieke medestanders voegden daar nog eens 164 duizend handtekeningen aan toe aan dit ‘volkspetitionnement’. Zeker in zijn tijd een knappe prestatie.

Maar voor wie voerde Kuyper eigenlijk deze strijd? Met name voor zijn eigen achterban? Onderwijs voor de eigen groep? Ik dook in de literatuur van de hand van Kuyper zelf en van wat er over hem geschreven is. En ik werd verrast. In deze blog deel ik drie inzichten, die mijn kijk op Kuyper deden veranderen.

Inzicht I: Kuyper als democraat in hart en nieren

Abraham Kuyper staat in de calvinistische traditie. Het beeld van een naar binnen gekeerde, kerkelijke overtuiging is dan snel gevormd… Het tegendeel is echter waar. Zijn denken geldt als een geheel eigen, allesomvattende levens- en wereldbeschouwing. Kuyper herkende als een van de eerste (calvinistische) theologen het fenomeen secularisatie, zonder dat hij dat overigens zo noemde.

“Iedere generatie is geroepen opnieuw te formuleren, waar het in het geloof om gaat. Daarom leeft de theologie niet bij klakkeloze herhaling, maar bij een spreken op eigen verantwoording”. Dit citaat van theologen Martien Brinkman en Kees van der Kooi is bij uitstek van toepassing op het denken van  Kuyper, die de traditie waarin hij stond niet alleen wilde bewaren, maar juist ook vernieuwen en toepassen op de uitdagingen in zijn tijd.

En dat gebeurde lang niet altijd met vriendelijke, verbindende woorden. Die levensbeschouwing van Kuyper heeft een sterk antithetisch karakter. Concreet krijgt dit bijvoorbeeld vorm in het in 1876 geschreven Ons Program. Hierin schetst Kuyper de ideologische lijnen voor de partij die hij een aantal jaar daarna zou oprichten: de Anti Revolutionaire Partij (ARP). Het programma heeft een sterk antithetisch karakter omdat Kuyper ruimte wilde creëren tussen het liberale en socialistische geluid in zijn dagen. Daarbij maakte hij handig gebruik van het begrip ‘kleine luyden’. Welke sociale groep Kuyper precies voor ogen had, is overigens niet helemaal duidelijk. Net als ‘de middenklasse’ nu waren ‘de kleine luyden’ vooral een handig retorisch middel in handen van een politicus die mobilisatie en een vorm van emancipatie en democratisering nastreefde. Met de liberaal-conservatieve elite van zijn dagen voor ogen pleitte Kuyper dan ook voor een ander kiesstelsel. Een citaat uit Ons Program:

“Opdat de Staten-Generaal in de natie wortelen; het volk niet slechts in naam vertegenwoordigen; en in hun saamstelling niet langer een krenking van het recht der minderheden opleveren; eischt zij de invoering van een ander kiesstelsel en, ter voorbereiding daartoe, verlaging van den census.”

Inzicht II: Kuyper over pluralisme

Abraham Kuyper werd vanwege deze stellingname door sommigen als populist bestempeld. Toch zou ik hem niet zo willen noemen. Hij heeft juist een belangrijke bijdrage geleverd als grondlegger van de moderne democratische vrijheden. En daarvoor moeten we iets nauwkeuriger kijken naar het begrip populisme.

Volgens Princeton-hoogleraar Jan-Werner Müller kan over populisme gezegd worden dat het een anti-elitaire en anti-pluralistische beweging is, gericht op het algemeen belang van een groep; van het symbolisch weergegeven, homogene ‘echte volk’. Nu weten we dat Kuyper niet veel op had met de liberaal-conservatieve elite. Hij omarmde echter vanuit zijn radicaal-democratische principes voluit het pluralisme. Iedere groep heeft volgens hem gelijke rechten op maatschappelijke en geestelijke ontplooiing. Abraham Kuyper koos voor christelijke politiek binnen de neutrale staat. De kerk dient niet de staat te overheersen (geen theocratie) en de staat dient de kerk niet de overheersen (geen staatskerk). Weer een citaat uit Ons Program:

Wil een Jood tegen den Messias der Christenen opkomen, of een Mohammedaan tegen de Heilige Schrift, of een Darwinist tegen het beeld van creatie, of ook een positivist tegen den wortel, die voor alle heiligheid in het geloof ligt, dat moet hun vrij staan.”

Het is volgens Kuyper noodzakelijk om deze geestelijke strijd als kerk niet uit de weg te gaan, maar de overheid heeft hierin geen rol. De overheid mag zelfs een kerk van atheïsten niet in de weg staan: “geen protectie, maar ook geen preventie of repressie”. Christenen moeten volgens hem de vrijheid voor zowel de gelovige als de ongelovige aandurven, zodat de kracht van het geloof kan blijken. Om de burgerlijke vrijheden van zijn tijd te waarborgen, gebruikte Kuyper het begrip soevereiniteit in eigen kring. Soevereiniteit van de maatschappelijke verbanden, zoals het gezin, het bedrijf, de wetenschap, de kunst en het onderwijs.

Inzicht III: Kuyper over onderwijs voor het common good

Zoals ik zei aan het begin van deze blog, wordt Kuyper nog met enige regelmaat aangehaald in het voortdurende debat over onderwijsvrijheid (artikel 23 van de Grondwet). Zijn inzet in de schoolstrijd is bekend. Maar voor wie voerde Kuyper eigenlijk deze strijd? Wilde hij onderwijs voor de eigen groep? Integendeel. Hier wordt de democraat in hart en nieren zichtbaar, die juist staat voor een pluralistische samenleving.

Kuyper geloofde dat scholen met herkenbare waarden jongeren beter zouden kunnen voorbereiden om het verschil te maken in de samenleving. Alle christenen waren volgens hem geroepen om zout en licht in de samenleving te zijn. Gedreven door naastenliefde zouden zij zich moeten inzetten voor het algemene welzijn (het common good) van de samenleving.

Hij riep leraren daarom op om hun studenten een ​​nederige houding te leren. Niet alleen in hun persoonlijke leven, maar juist ook in hun houding ten opzichte van mensen met een andere (geloofs)overtuiging. Kuyper gebruikte hiervoor het begrip algemene genade. Christenen konden veel leren van mensen in andere geloofsgemeenschappen. Jonge mensen moesten volgens hem niet alleen leren om hun eigen ervaring en perspectief te omarmen en te leren communiceren met anderen, maar ze moesten ook leren respecteren en luisteren naar mensen met andere wereldbeelden.

Hoogmoedige jongeren op geïsoleerde scholen? Kuyper moest er niet veel van hebben. Jonge mensen moeten niet alleen worden aangespoord om over geloofstradities heen te communiceren, maar ook om écht te luisteren. Hij dacht dat op deze manier verschillen in politieke of sociale opvattingen tussen religies minder gemakkelijk konden worden toegeschreven aan morele tekortkomingen van de ander. Wat Kuyper betreft cruciaal voor een goed functionerende democratie.

Kuyper betreurde het als christenen zich terugtrokken in hun eigen kringen en niet meer de algemene genade in ieder mens herkenden. Of zich weigerden in te zetten voor het algemeen welzijn (het common good). Hij riep christenen op zich in te zetten voor scholen die kinderen voorbereiden om navolgers van Christus te zijn op elke plek en op elk niveau in de samenleving. Vrijheid van onderwijs is tenslotte niet alleen een vrijheid van, maar ook een vrijheid tot: de vrijheid én de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan het common good.

Vrije Universiteit organiseert bijeenkomsten voor verbetering bijzonder onderwijs

In tijden van thuiswerken vermengt het onderwijs zich met thuis. Een goede aanleiding om te kijken naar hoe het onderwijs kan worden verbeterd, net zoals Vrije Universiteit stichter Abraham Kuyper dat een eeuw geleden deed.

In drie digitale bijeenkomsten verzamelt de VU onder leiding van Karim Amghar aanbevelingen waarmee het onderwijs verbeterd kan worden. Deze 23 aanbevelingen voor bijzonder goed onderwijs worden gepresenteerd tijdens de slotbijeenkomst onder leiding van Paul Rosenmöller.

Meer informatie of aanmelden voor een van de bijeenkomsten? Download de flyer.

Nieuwe reactie inzenden

Dico Baars

adviseur public affairs
0348 74 44 37