U bent hier

Vrijheid van onderwijs - Van verdedigen naar waarderen

Met enige humor en relativering heb ik de afgelopen weken de soms op hoge toon verkondigde meningen over de vrijheid van onderwijs gelezen. Het is niet de eerste keer, dat dit gebeurt en blijkbaar scoort het lekker. Toch zie ik een komende grondwetswijziging van Artikel 23 nog lang niet in de grondverf staan. Dus tot zover is er niets aan de hand.

Toch is er in het gesprek over de vrijheid van onderwijs wel wat aan het veranderen. Dat bleek het duidelijkst uit de vraag aan het EénVandaag-panel of religieus onderwijs afgeschaft moet worden. Zeventig procent van dit panel stemde voor, waaronder mensen die zeker hun kinderen naar een katholieke of christelijke school sturen. Want een bijna vergelijkbaar percentage van de scholen heeft een dergelijk karakter. De vraagstelling aan het panel was echter zo discutabel, dat ik als argeloze beantwoorder zomaar ook tegen religieus onderwijs had kunnen zijn en dus voor deze stelling had gestemd. Want mijn associatie was direct, en dat zal voor velen gelden, dat het hier niet om onderwijsinstellingen gaat, maar om zondagsscholen of Koran-scholen.

De kern van de verandering is dat de plaats van religie aan het veranderen is, omdat dit teveel doet denken aan terrorisme, geweld en andere minder fraaie zaken. Dat blijkt wel uit het feit dat het Haga-lyceum regelmatig in deze discussie wordt betrokken. Laat ik duidelijk zijn: misstanden moeten natuurlijk aangepakt worden. En laten we daarbij ook bedenken, dat welk onderwijssysteem er bestaat, geen enkel systeem in staat zal zijn om misstanden te voorkomen.

Geen verdediging meer

Bij mijzelf bemerk ik ook een verandering: ik klim niet meer direct in de pen als Artikel 23 ter discussie komt te staan. Waarom zou ik het katholiek en christelijk onderwijs verdedigen en allerlei bewijzen gaan aanvoeren dat er op deze scholen zo goed onderwijs wordt gegeven, dat het echt de segregatie tussen bevolkingsgroepen niet bevordert, dat het juist zijn aandeel levert in het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid en dat het kennen van je eigen levensbeschouwing van groot belang is om met vertrouwen de ander tegemoet te treden?

Al deze argumenten helpen niet. Ze zijn koren op de molen van hen die pleiten voor afschaffing van het katholiek/christelijk onderwijs. Terzijde: het is bijzonder dat dit laatste pleidooi voor afschaffing vanuit het openbaar onderwijs kwam. Waar men het vervolgens van belang vindt dat elk kind levensbeschouwing in het onderwijs krijgt. Een visie die als neutraal wordt verkocht, maar dat natuurlijk helemaal niet is. Gelukkig maar niet, zelfs. Want ook het openbaar onderwijs profiteert volop van de vrijheid van onderwijs en kent geen staatscurriculum, zoals in veel andere landen.

Kortom: verdedigen van christelijk onderwijs is niet meer het antwoord op de discussie over de vrijheid van onderwijs.

Maar waardering

Het kunnen bestaan van een pluriform onderwijsbestel is een belangrijke verworvenheid van Artikel 23 en de vrijheid van onderwijs. Daar profiteren niet alleen katholieke en christelijke scholen van, maar ook allerlei andere scholen met bijvoorbeeld een pedagogisch concept.

Wat me verder opviel in de grote hoeveelheid reacties in deze discussie is dat van allerlei kanten – soms wat verstopt - de waarde van de vrijheid van onderwijs door veel mensen met andere argumenten stevig wordt onderstreept. Wat denk je van het feit dat door die vrijheid Nederlandse scholen veel innovatiever zijn dan scholen in landen waar deze vrijheid niet bestaat en men gebonden is aan wat de staat voorschrijft (Kneyber). Of van het feit dat Artikel 23 het democratisch samenleven van mensen in ons land op een vredelievende manier mogelijk maakt (Goslinga), of dat een incident als het Haga Lyceum juist door ons systeem veel eerder aan het licht komt dan in landen waar dit soort scholen niet zichtbaar voor de overheid bestaan (El Hadioui). Om nog maar niet over Juf Ank van de Luizenmoeder te spreken, die toch liever bezig is met geloof, hoop en liefde dan met het verkrijgen van een Audi A6.

We weten dat de vrijheid van onderwijs door veel Nederlanders wordt gezien als iets dat sterk hoort bij de Nederlandse identiteit (Ter Hart). En daarom is het een veel meer constructieve weg om de waarde van de vrijheid van onderwijs met andere - zoals bovenstaande - argumenten aan te tonen. Dat is dan ook gelijk een goed perspectief, waarin openbaar en bijzonder onderwijs samen kunnen optrekken.

Een nieuwe ‘strijd’

Want er is wel reden om een nieuwe ‘strijd’ te voeren als het gaat om het behouden en bevorderen van de vrijheid van onderwijs. En dat is het terugdringen van een steeds gulziger wordende overheid, die met regelingen en beheersing het onderwijs in allerlei formats wil drukken. Dat is van belang om onder ogen te zien. Doordat het onderwijs weer onomwonden durft te zeggen, dat zij verstand van goed onderwijs heeft en niemand anders. Laat de overheid dit proces in de scholen faciliteren en het daarbij houden. En niet steeds - door een beperkt aantal incidenten – de regelgeving verfijnen. Dat laatste levert in toenemende mate afhankelijkheid van scholen op, leraren die uitvoerders van overheidsbeleid worden en wat misschien nog wel het ergste is: kinderen die ondanks de goede bedoeling van passend onderwijs, steeds meer als probleem gediagnosticeerd worden dan als een gave voor de toekomst.

De nieuwe strijd die de onderwijsvrijheid nodig heeft, is de ruimte voor scholen om zelf antwoord te geven op de vraag die kinderen en jongeren stellen als ze met open en verwachtingsvolle ogen de school binnen komen: ‘Leer mij mens te worden en leer mij samen te leven!’

Wat is het dan prachtig als scholen daar vanuit een eigen – pedagogische en levensbeschouwelijke – visie antwoord op kunnen en mogen geven.

Laat ze dat dan ook met lef en zelfbewust doen, in alle verscheidenheid.

Reacties

Door Dick Hoek op 9 mei 2019 | 14:32

Prima !
Zoals altijd.

Dick hoek

Door Tamara Roovers op 9 mei 2019 | 15:37

Mooie artikel, helder, duidelijk en helemaal mee eens!

Door Ton op 10 mei 2019 | 15:46

Goede aanzet, Dick

Binnen artikel 23 hebben alle scholen reeds alle ruimte om hun eigen verhaal vorm te geven.
Elke school heeft als het goed is een eigen verhaal, waarbinnen zij haar onderwijskundige en pedagogische waarden doelgericht realiseert, zichtbaar, merkbaar en soms meetbaar.
Hoe verleiden wij scholen om de waardering voor haar brede opdracht van goed onderwijs "leer mij mens te worden en leer mij samen te leven", anders onder woorden te brengen dan vanuit een platte instrumentele verantwoording?
Verus haalt sinds 2017 deze schoolverhalen op via narratieve visitaties en met succes. De narratieve rapportages getuigen van moed om de ruimte van artikel 23 zelf vorm te geven binnen doorleefde praktijken.
Binnen de opgehaalde verhalen komen we mensen tegen, die vanuit liefde, lef en vakmanschap werken aan een "eigen" waarderingskader, waarbinnen plaats is voor meer dan meetbare resultaten; zonder afbreuk te doen aan het rendement van de opbrengsten van een school, zonder voorbij te gaan aan de kwaliteitscriteria van de onderwijsinspectie.

Heeft de onderwijsvrijheid een nieuwe strijd nodig om deze ruimte te leren gebruiken voor het geven van eigen antwoorden, Dick?
Volgens mijn waarnemingen, als auditor, wordt deze ruimte steeds meer opgepakt door de scholen. Het zijn de scholen die zelf antwoord geven op de vraag wat zij onder "goed" onderwijs verstaan. Binnen deze scholen vindt een permanent gesprek plaats met ouders, docenten en leerlingen over "het goede" binnen hun onderwijspraktijken.
Binnen deze scholen is volop dialoog en tegenspraak over doelen, aanpak, resultaten.
Er is hoop!

Ton Senf

Nieuwe reactie inzenden

Dick den Bakker

directeur onderwijs en identiteit
0348 74 44 46

Lees ook

Dick den Bakker
Dick den Bakker
Dick den Bakker