U bent hier

Van maar naar omdat

De resultaten van het tienjaarlijks onderzoek God in Nederland zijn nauwelijks schokkend te noemen. Ze geven weer wat iedereen uit eigen waarneming al lang weet. Op veel studiedagen hoor je hoe leerkrachten en leidinggevenden de oude geloofszekerheden al lang hebben verruild voor innerlijke twijfel en op zijn best voor een zoektocht naar zingeving en spiritualiteit. Naast overigens onderwijsgevenden, die een expliciete en sterke geloofsovertuiging hebben en een persoonlijke band met God en Jezus ervaren. Op veel scholen spreken beide groepen nauwelijks met elkaar, laat staan als er seculiere ‘gelovigen’ binnen het team aanwezig zijn.

Scholen die op de gevel hebben staan dat ze katholiek of (protestants-)christelijk zijn kunnen door deze maatschappelijke veranderingen al snel in de verdediging terecht komen. Dat uit zich vaak in het gebruik van het woordje maar. Scholen, die zich verontschuldigen voor het feit dat ze tot een bijna exotische groep worden gerekend, die volgens velen – althans in West-Europa – op sterven na dood is. Er wordt dan bijvoorbeeld gezegd: ‘We zijn een katholieke/christelijke school, maar we staan open voor iedereen!’

Juist vanwege de resultaten van het bovengenoemde onderzoek zijn dit volgens mij geen eigentijdse reacties meer. De tijd van verzuiling is al lang voorbij en scholen moeten zich ook niet in die mal laten drukken. Mensen, die over de verzuiling spreken… díe zijn niet van deze tijd. Dat sommige politieke partijen de laatste restanten van de verzuiling aan het opruimen zijn, zoals bij de omroepen en in het onderwijs en als het gaat om de zondagsrust, is wat mij betreft een achterhoedegevecht geworden.

De verzuiling is in Nederland al enkele decennia geleden verdwenen en de ontzuiling is al lang afgerond. Daar moeten we ook niet problematisch over doen, want het heeft ook veel goeds gebracht.

Wat veel lastiger is, - en ik spreek de commissaris van de koning in Noord-Brabant na, dhr. Wim van de Donk, die daar vorige week over sprak tijdens de presentatie van het boek Ontzuilde bezieling * - is dat er ook sprake is van een proces van ‘ontzieling’. Er is geen groot gezamenlijk inspirerend verhaal meer en we zoeken het in een beheersmatige manier van organiseren. Echter, juist dan kunnen scholen, die bij uitstek relationeel en toekomstgericht zijn, een belangrijke bijdrage leveren aan de samenleving en het vreedzaam samenleven van mensen daarin. Bezielde tradities zullen of kunnen hen daarbij ondersteunen. Niet exclusief, wel zelfbewust.

Zo sprak ik vorige week met een aantal bestuurders van christelijk primair en voortgezet onderwijs in Rotterdam. Zij vragen zich niet af of dit type onderwijs nog bestaansrecht heeft. Ze bezinnen zich juist op de vraag hoe het onderwijs met veel leerlingen uit verschillende levensbeschouwelijke en culturele achtergronden een bijdrage kan leveren aan de verbinding tussen mensen in deze stad. Niet ondanks het feit dat deze scholen in de christelijke traditie van geloof, hoop en liefde staan, maar omdàt ze daarin staan.

Het gaat dan niet om te behouden of te restaureren wat op deze manier niet te behouden of te restaureren valt. Het gaat om het zoeken naar nieuwe manieren om de eigen inspiratie te vertalen in een pedagogisch-maatschappelijke opdracht als bijdrage aan de vorming van leerlingen en daarmee aan de samenleving als geheel.

Zelf word ik daartoe geïnspireerd door het beeld van de Britse opperrabbijn Jonathan Sacks. Hij ziet de samenleving als het gezamenlijk bouwen van een ‘huis’. Je komt elkaar tegen in de huiskamer, waar je met elkaar spreekt, viert, eet en koffie drinkt. En in het huis heeft ieder een eigen kamer om in de eigen traditie te kunnen staan. Deze mix van eigen en samen, van jezelf zijn en met anderen leven, is een mooi beeld voor een klas, een lerarenteam, een school in de stad en gemeenschappen in de samenleving. Je hoeft dan niet bang te zijn om te verliezen wat je zelf van waarde acht. Sterker: je kunt daarmee juist bijdragen aan het bouwen van het huis en bent daarvoor zelfs onmisbaar.

Het vraagt wel het afleggen van bescheidenheid en onzekerheid en – geïnspireerd door de eigen traditie(s) - volop bijdragen aan het geheel. Van verontschuldiging naar zelfbewustzijn.

Oftewel: Van maar naar omdat

* Buijs, Govert en Hoogland, Jan (red.) (2016). Ontzuilde bezieling. Transformatie van burgers en maatschappelijke organisaties. Uitgave: Boom bestuurskunde, Den Haag.

Reacties

Door Frank de Graaf op 17 mrt 2016 | 15:37

Bezielde tradities dragen een school. Dat is mijn ervaring na 37 onderwijs. Wanneer je als team, als school, in staat bent om met elkaar, om als school de verbinding te zoeken dwars door twijfel en traditie heen, dan ben je wervend voorbij het naambord of de slogan van de school. De beheersmatige manier van - al dan niet verplicht - organiseren kan daarmee op gespannen voet komen te staan. Ook dat is mijn ervaring. Als gevolg daarvan kan het hart van het team, van de school diep geraakt worden, waarna onveiligheid een eufemisme kan zijn voor dat datgene wat het gevolg kan zijn. Met impact voor de school als kwetsbare waarde(n)drager. Het wachten is dan op bezielde verontschuldigen van het beheersbare (m/v), waarna het tot herboren zelfbewustzijn (m/v) kan leiden. De kinderen in en om de schoolgemeenschap zijn het waard. En de ouders / verzorgers en de collega's in het team eveneens. Cryptischer is het niet verwoorden, wel verdrietiger. Identiteit verdient veerkracht!

Door Johne657 op 24 apr 2016 | 22:17

Appreciate you sharing, great blog post.Thanks Again. Really Cool. ckcdbbgacdee

Nieuwe reactie inzenden

Lees ook

Dick den Bakker
Dick den Bakker