U bent hier

Over toetsen en eigen visie

Daar was ie plots: de gevraagde brief van staatssecretaris Dekker over nut en waarde van toetsing in het funderend onderwijs. En wel 17 pagina’s lang. De voornemens om geen nieuwe verplichte landelijke toetsen en geen verplichte begintoets in het primair onderwijs in te voeren zal de oververhitte cultuur van het meten en weten wellicht wat temperen. 

Zelf blijf ik hangen bij een passage op pagina 16 van de brief, waarin Dekker oproept om het evenwicht tussen vertrouwen in en waarborging van het onderwijs goed te houden: 

“Van scholen en hun besturen vraagt het dat zij hun eigen, brede verhaal goed voor het voetlicht brengen en dat zij ook zichtbaar maken op welke manier leerlingen gewerkt hebben aan een bredere voorbereiding op hun toekomst. Zo kunnen zij bijvoorbeeld ranglijstjes over leeropbrengsten in de media in perspectief plaatsen. Bovendien vraagt het van scholen dat zij beslissingen over plaatsing en selectie van leerlingen niet louter op (eind)toetsscores baseren, maar hierbij ook de context en de bredere ontwikkeling van leerlingen betrekken.”

Naast deze oproep aan scholen en besturen geeft Dekker ook aan wat hij van leraren, ouders, media en de overheid zélf vraagt om op een andere manier – veel relatiever – naar toetsscores te kijken. Herhaaldelijk wordt over de bredere opdracht van het onderwijs gesproken, meer dan de scores en ingebed in de context van de school. 

Het is alsof je een willekeurige schooldirecteur of rector hoort spreken, die zich ergert aan het overdreven belang dat in de politiek, door de inspectie en in de media aan opbrengsten en ranglijstjes wordt gegeven en zich slachtoffer voelt van deze aandacht, terwijl hij of zij trots is op de inspanningen die de school levert. Dat gevoel van trots op de aandacht en zorg voor de leerlingen glipt door de vingers bij het eenzijdig kijken naar resultaten.

De staatssecretaris lijkt nu die te eenzijdige kijk te erkennen. Tegelijk schiet hij niet in de reflex, zo lijkt het, om ook de opbrengsten van andere activiteiten systematisch te gaan meten. Ik ben benieuwd wat dat betekent voor het voornemen om de sociale opbrengsten (burgerschap e.d.) in beeld te brengen.

Nee, in deze brief roept hij scholen en besturen op om zelf veel steviger in hun schoenen te gaan staan. Zorg dat je je eigen verhaal over brede vorming goed op orde hebt. Vertel hoe je tegen de resultaten van je school aankijkt. Heb het lef om als deze lager zijn dit uit te leggen, bijvoorbeeld door als school voor voortgezet onderwijs kinderen een kans te geven en ze soms op een niveau te plaatsen waar twijfels over bestaan. En denk ik er dan bij: Stel je eigen normen en durf elkaar aan te spreken als die door zwakte binnen de school zelf niet gehaald worden.

Kortom: schiet als school of bestuur niet in de klagende slachtofferrol. Pak de vrijheid van onderwijs breder op door een eigen visie op goed onderwijs te ontwikkelen en ga daar voor staan. Hoe meer scholen deze verantwoordelijkheid tonen – en gelukkig zijn er al heel wat – en dat met een goed verhaal naar buiten brengen, hoe meer aanknopingspunten er zullen zijn om het lang vertoonde wantrouwen in het onderwijs om te buigen in vertrouwen. Afwachten wat de politiek gaat doen, wordt dan omgezet in zelf de regie nemen.

Want we weten toch ook wel, dat we het heil wel van boven maar niet uit Den Haag hoeven te verwachten.

Nieuwe reactie inzenden

Lees ook

Dick den Bakker
Dick den Bakker