U bent hier

ER WAS EENS…. (VERKLARING BIJ DEEL 4)

Je las onlangs deel 4 van het sprookje dat ik schrijf. Nu, zoals beloofd, een verklaring bij het hoofdstuk over Bijeenkomsten van de Raad van Licht en Wilfred

In het derde hoofdstuk van het sprookje komt de Raad van Licht voor het eerst bij elkaar. Het thema macht en positie wordt tentoongespreid. Dit hoofdstuk en de dialoog binnen de Raad van Licht laten veel gedragingen zien die zich kenmerken als positief, overdreven en negatief. 

De directeur-bestuurder, Wilfred staat regelmatig alleen, hij lijkt geen onderdeel uit te maken van de groep mensen die bij elkaar aan tafel zitten. Deze situatie weerspiegelt de scheiding tussen bestuur en toezicht. De Raad van Licht acteert autonoom vanuit goede bedoelingen: Wilfred helpen. Het gaat hier om het samenspel tussen toezichthouder en directeur-bestuurder. De Raad van Licht gaat vervolgens op schoolbezoek zonder precies duidelijkheid te hebben over: waarom, hoe en wat. De afspraken zijn voor de voorzitter volstrekt duidelijk, voor de anderen echter niet. Wilfred wordt wederom niet betrokken. Het gaan op werkbezoek is zinvol om de schoolorganisatie te voelen, ruiken en proeven. Kloppen de feiten die zich openbaren tijdens vergaderingen, door middel van rapportages bijvoorbeeld, met wat er in de praktijk wordt gezien? In het sprookje is er nauwelijks een gezamenlijk debat over waar de Raad van Licht naar gaat kijken en waarom. Wat er gebeurt is dat ieder vanuit zijn specifieke expertise en achtergrond poolshoogte gaat nemen. En dat geeft gedoe. Er is één toezichthouder (Balthasia) die vraagt om kaders, de anderen luisteren niet. 

Een ander thema dat zich aandient in dit hoofdstuk is dat de Raad van Toezicht ook onafhankelijk van de directeur-bestuurder moet kunnen opereren. Het onafhankelijk kunnen opereren als toezichthouder is een wettelijke bepaling die in de Wet ‘goed onderwijs, goed bestuur’ is vastgelegd. In het sprookje is dit diffuus. Wilfred zit er wel bij, maar zijn stem wordt bijna niet gehoord. In plaats van wat hij gedacht had brengt de Raad van Licht hem geen vreugde, maar ellende. We kunnen uit het sprookje opmaken dat het beeld over de rol van de Raad van Licht voor ieder individu anders is. In ieder geval had Wilfred er zich iets anders van voorgesteld. 

Reflectie
•    Hoe beweegt u zich vanuit uw rol binnen de schoolorganisatie? Waarom?
•    Op welke wijze vult u uw onafhankelijke positie in als toezichthouder? En hoe ziet de bestuurder dit?
•    Hoe typeert u het samenspel tussen toezicht en bestuur?
•    Wat hebt u daarover vastgelegd in de structuur?
•    Passen houding en gedrag bij wat er vastgelegd is in de structuur?
•    Welke dilemma’s ziet u nog meer?

Nieuwe reactie inzenden