U bent hier

ER WAS EENS…. (VERKLARING BIJ DEEL 3)

Je las onlangs deel 2 van het sprookje dat ik schrijf. Nu, zoals beloofd, een verklaring bij het hoofdstuk over De Raad van Licht 

In dit hoofdstuk wordt de Raad van Toezicht voorgesteld. In het sprookje bestaat de Raad van Licht uit drie personen. Zowel hun competenties, beroep, ervaring als hun drijfveren komen aan bod. Het is mogelijk om in de huid van de leden van de Raad van Licht te kruipen. 

In een Raad van Toezicht is het van belang om die competenties en achtergronden te hebben die ondersteunend zijn aan dat wat de directeur-bestuurder en de schoolorganisatie nodig hebben. In het sprookje betreft het een Raad van Licht waarvan twee toezichthouders niet uit de directe omgeving van de school komen en één woont in dezelfde plaats. 

Het dilemma betrokkenheid en afstand komt hier om de hoek kijken. Moet een lid van de Raad van Toezicht het voedingsgebied van de schoolorganisatie kennen of gaat het om zijn/haar specifieke achtergrond en expertise? De Raad van Licht in het sprookje is, zo lijkt het, door de koning gekozen op hun eigen specifieke magische kennis en kunde. Ze zijn gekozen op basis van specifieke competenties en zichtbare diversiteit. 

Er is echter ook onzichtbare diversiteit. Onzichtbare diversiteit is voor de cultuurkant oftewel de sociale kant van governance eveneens van belang. Ieder mens heeft een eigen genealogie. Gedragingen, belangstelling, motivatie en fascinaties worden meegenomen in ieders ‘rugzak’ en brengt diversiteit met zich mee. Diversiteit die ‘merkbaar en ervaarbaar’ is in bepaalde situaties. 

Als we naar deze professionele identiteitsdriehoek kijken dan kan bij de punt: ik de genealogie worden opgetekend. Waarbij een antwoord gezocht kan worden op vragen zoals: Wat is de persoonlijke levensweg en autobiografie?, welke gebeurtenissen speelden en spelen een rol? 
In dit hoofdstuk van het sprookje wordt verteld over de zichtbare en enigszins over de onzichtbare diversiteit binnen de leden van de Raad van Licht die nu nog als individuele personen worden neergezet. 

De tweede punt van de driehoek in figuur 3 maakt inzichtelijk wie de persoon is in zijn vak en door welke brillen en lenzen er wordt gekeken. Op wiens schouders staat deze persoon; welke theorieën en scholing neemt de persoon mee in het vak (Wie ben ik in mijn vak?). Ook daar lezen we over in het sprookje. Hoe deze leden van Raad van Licht zich manifesteren in de schoolcontext is een groot grijs gebied.

Nieuwe reactie inzenden