U bent hier

ER WAS EENS…. (DEEL 8)

Carla Rhebergen vertelt een sprookje. Deze week hoofdstuk 7: Charmkela betovert de Raad van Licht en Wilfred

De tweede bijeenkomst in de kelder met de glazen vloer start Charmkela met een terugblik, waarin ze meteen weer de vraag van de eerste bijeenkomst stelt: “Wat is uw toegevoegde waarde als Raad van Licht en directeur voor de leerlingen in Plezantium?”
Melchior wordt direct weer rood: “Ik kan wel iedere keer de vergadering beginnen met het oplezen van de opdracht van koning Rinus II, maar volgens mij is die voor iedereen hier voldoende duidelijk. Nou ja, in ieder geval voor bijna iedereen. We zijn hier om Wilfred te helpen omdat de Alomvattende Ontwikkeling anders moet en ik ga niet nog een keer deze hocus-pocusvragen beantwoorden.” 
“Waarom niet dan?” vraagt Charmkela op een zangerige toon. Het antwoord bast duidelijk door de kelder: “Omdat er gewoon een grens is.” Wilfred schuift ongemakkelijk op zijn stoel, hij wil juist wel dat de leden van de Raad van Licht met elkaar in gesprek gaan, hij weet dat dat de enige manier is om z’n belofte aan de koning waar te maken. 

En dan gebeurt wat sommige mensen Wilfred op zijn tocht door het hele land al voorspeld hadden: Charmkela verandert van gedaante en met haar de ruimte waar ze zich bevinden. En niet één keer maar verschillende keren. Er waait een zachte bries die nevel de ruimte in strooit. En zo horen en ervaren de leden van de Raad van Licht (en ziet Beekman, die stiekem door het sleutelgat naar binnen kijkt) het meest bijzondere ooit: 
Charmkela krimpt, krijgt een paardenstaart en zegt liefjes: “Ik ben 12 jaar en ga naar de Vrijplaats, wat hebt u mij te bieden?” Wilfred fluistert: “Alles wat ik heb en kan. Wat jij nodig hebt om te groeien”.
Charmkela groeit, rond en dik en bast: “Ik ben de ouder van deze 12-jarige, wat hebt u mij te bieden?” Kasper bast terug: “ik heb toch met u gesproken over wat het handigste is voor uw kind om te doen om resultaat te boeken”. “Precies.” Wilfred verheft voor het eerst zijn stem: “En daar ben jij niet voor om dat te zeggen. Dat is mijn taak, hoor je? Mijn taak!” 
Daarna is Charmkela in een flits verdwenen en verschijnt plotsklaps in de gedaante van lerares Maaswaal: “Ik ben de lerares van deze 12-jarige, wat hebt u mij te bieden?” Balthasia geeft aan dat zij ervoor zorgt dat er rust en regelmaat is ook voor de leraren. “En daar heb ik helemaal niks aan, dat is mijn gemis niet, ik mis mijn zwarte kat, en die vind ik niet met rust en regelmaat pfff.”

Dan neemt Charmkela weer haar eigen gedaante aan en toch is ze anders. Ze lijkt op een heks constateert Wilfred geschrokken: “Ik ben het orakel, hoe zou u zich voelen als u mij was?” Ze buldert het uit, haar neus groeit, haar nagels worden klauwen, haar haren hangen sluik om haar gezicht. Bij haar lange rok loopt een zwarte kat… “Nou wat voelt u? Antwoord!” De leden van de Raad van Licht praten door elkaar. Het is geen praten het is schreeuwen, schreeuwen om hun magische gelijk te krijgen. De glazen vloer lost op, ze kijken nu op de gouden bal die dieper en dieper in de kloof zakt. Er is een groot gapend gat in de kelder. Charmkela lacht vervaarlijk: “Kom maar eens hier jullie”. Melchior staat er als eerste “En nu?” Kasper wacht even af maar wil niet achterblijven en komt ook op het randje staan. Balthasia en Wilfred blijven veilig langs de muur van de kelder staan. Charmkela schuifelt naar hen toe, pakt ze bij de hand en trekt ze naar voren, ze staat nu achter hen en met haar vingers duwt ze hen naar de kloof…”Laat me los!” verheft Balthasia voor het eerst haar stem. “Ik durf niet, alsjeblieft help!” “Kijk in de kloof, kijk naar de gouden bal. Wat zien jullie?” 

Dan zweeft Charmkela naar de overkant waar Melchior en Kasper staan, ze duwt hen dichter naar de rand van de kloof. Melchior wiebelt, hij wankelt, nog een keer geeft Charmkela hem een duw… Hij kijkt naar beneden, naar de gouden bal, die niet meer glanst en kleiner en kleiner wordt… en hij valt… en als hij valt roept hij: “Help, Raad van Licht, Wilfred… alsjeblieft!” Charmkela krijst vervaarlijk: “Laat los, laat los”.
Het is Kasper die zich geen moment bedenkt, Charmkela aan de kant duwt, zich op de rand van kloof stort en nog net de hand van Melchior grijpt. Hij probeert Melchior omhoog te trekken uit de kloof. “Hou vast Melchior, hou vast.” De anderen lopen al wiebelend en wankelend op het randje van de kloof. Samen sleuren ze Melchior op de vloer van de kelder….  De vloer sluit zich, de gouden bal krijgt iets meer glans en lijkt omhoog te komen, maar ze merken het (nog) niet.

En dan voor het eerst staat Wilfred op, steekt zijn handen omhoog en roept: “STOP. Dit is toch te zot voor woorden, dit is toch niet de bedoeling? Hoe gevaarlijk is dit allemaal niet?” Dan is het stil. Charmkela wordt doorschijnend, koninklijk en statig. “Ik ben de koning die u vertrouwt en lastig vindt, wat hebt u mij te bieden? Wie bent u? Wat drijft, bezielt, inspireert en legitimeert u om in opdracht van de samenleving hier voor de leerlingen op de Vrijplaats te zijn? Welke volgende stap wordt er gezet voor de Alomvattende Ontwikkeling? Wat is jullie bijdrage daar aan?" 
Er komt geen antwoord. Het is muisstil.” “Ja, nou ja daar moeten we het dan nog weer eens over hebben. “Genoeg voor vanavond”, zegt Melchior. Vinden jullie het goed dat ik de vergadering sluit? Kasper kijkt hem aan en denkt: Melchior die vraagt of wij het goed vinden dat hij de vergadering sluit…? Opmerkelijk. “Ja ik ben bekaf“ zegt hij snel.

Langzaam neemt Charmkela haar eigen gedaante weer aan. Ze pakt haar tas en zegt: “Tot de volgende week.” Precies op het moment dat ze over de drempel stapt, het kan toeval zijn, schokt het gebouw van de Vrijplaats en rammelen de kopjes en rollen de pennen opnieuw van tafel …Niemand bemerkt het (alleen Beekman die nog steeds door het sleutelgat kijkt). In het voorbijgaan fluistert ze iets in het oor van Beekman. 

Intussen staat de verklaring van dit hoofdstuk op de site. Lees die hier!

Lees terug!

Lees Carla’s sprookje helemaal.

Nieuwe reactie inzenden