U bent hier

Er was eens… (deel 2)

Carla Rhebergen vertelt een sprookje. U las al de proloog en de toelichting daarop. Deze week hoofdstuk 1: Wilfred en de school in Plezantium

Wilfred sloft zijn Torenkamer in; vandaag was vermoedelijk de meest vermoeiende dag van het jaar. Hij gaat op zijn oude bankje liggen en wrijft over zijn slapen. Hij kijkt naar alle boeken die hij in de afgelopen dertig jaar heeft geschreven, boeken over zijn vak (Ga je mee op reis? wordt in 40 landen uitgegeven), boeken over de geschiedenis van Ameliorika (sommige kranten schrijven dat koning Rinus II van Ameliorika Het leven in Ameliorika in 50 gezichten op zijn nachtkastje heeft liggen) en zijn grote trots: het boek over de 900-jarige geschiedenis van de Vrijplaats in Plezantium, dat hij schreef vlak voordat hij directeur van de Vrijplaats werd, nu zo’n vijf jaar geleden. Sinds die tijd heeft hij geen letter meer op papier gezet voor een nieuw boek. Hij heeft wel ideeën, maar ieder moment van de dag lijkt gevuld te zijn; net als vandaag…

Het leek vanochtend wel aardig te beginnen, hij opende met één druk op de knop de drie schoolpoorten, ieder aan een kant van de magische driehoek waarop de Vrijplaats is gebouwd. Tegelijkertijd de schoolpoorten opendoen is voor het evenwicht van het grootste belang. Elke dag is dat een spannend moment wanneer de leerlingen binnenstromen, en dat herhaalt zich aan het einde van de dag. Gedurende de dag gaat het goed: mensen, leraren en leerlingen lopen in en uit en verplaatsen zich in het gebouw. Vervolgens begeven de leerlingen zich richting hun klasverzamelplek. Vijftig jaar geleden stond hij daar zelf ook, vlak onder het raam van de Torenkamer waar hij nu woont. En iedere dag hadden hij en z’n medescholieren zin om naar de Vrijplaats te gaan. 

Maar de eerste bel was nog niet geluid door conciërge Beekman of de eerste problemen doemden al op. De normaal altijd wel goeiige en rustige Beekman liep met een gefronst hoofd op hem af. “De klokken” zei hij alleen maar. Wilfred voelde een grote trots in zich opkomen; toen hij directeur was geworden had hij alle klassen tegelijkertijd een nieuwe klok gegeven: er zou een nieuwe tijd ingaan in de geschiedenis van Plezantium. Figuurlijk wel te verstaan. Eerlijkheidshalve moet hij bekennen dat hij ook bang was voor wat er zou kunnen gebeuren als niet iedereen op hetzelfde tijdstip de binnenplaats zou betreden en verlaten. Wat er dan zou kunnen gebeuren met het evenwicht… enfin hij dacht er liever niet aan. “Leuk hoor, allemaal dezelfde klok,” leek Beekman zijn gedachten te lezen, “maar nu zijn dus ook alle batterijen tegelijk op. En wie gaat dat betalen? En wie gaat überhaupt batterijen halen? En ze allemaal in die klokken stoppen? En de klokken vervolgens weer op de goede tijd zetten? Baas, ik wil het wel doen, maar dan kan ik niet op tijd de bel luiden en dan kloppen de lestijden dus niet meer.” “Ik help en los het wel op, geen zorgen, beste Beekman,” antwoordde Wilfred. Die daarmee zichzelf de eerste anderhalf uur van de dag alweer een mooie taak had bezorgd. Hij bleef positief: als hij toch in alle klassen de batterij in de klok ging doen, kon hij en passant even snel een kijkje nemen bij al zijn leraren. 

Dat leek een goed idee, totdat mevrouw Maaswaal (lerares Natuurkunde die nooit met pensioen leek te gaan, had Wilfred niet nog zelf les van haar gehad?) naar hem toekwam om te zeggen dat ze graag een gesprek met hem wilde. Haar stem klonk nog trager en droeviger dan normaal. Blijkbaar was haar zwarte kat van huis weggelopen en was ze onvoldoende in staat om zich nog te concentreren op haar klas. Het enige wat haar weer gelukkig zou maken was een halfjaar naar haar broer in Alternatrecht. Wilfred zegde half toe en bedacht ondertussen een oplossing met een oude  klasgenoot die ooit ook iets met natuurkunde had gedaan: hij zou hem wel bellen.

Zo was de dag voorbij gegaan, met klokken, katten en allerlei zaken die zijn aandacht vergden zonder dat hij was toegekomen aan zijn belangrijkste taak: over een maand zou koning Rinus II van Ameliorika op bezoek komen. Wilfred had hem beloofd een toespraak te houden over wat er allemaal zou veranderen in Plezantium. De koning zou hem er zelfs een prijs voor geven en hem eren, als hij maar wel zou aangeven dat dingen anders gingen. Een nieuwe koning betekende immers: alles moest anders. Wilfred had ook gevoeld dat koning Rinus II aan zijn capaciteiten twijfelde. Toen hij over zijn beslommeringen sprak, keek de koning bedenkelijk. “Tja Wilfred wat wordt de Alomvattende Ontwikkeling daar anders van?”

Koning Rinus II zag die toekomst wel voor zich en betwijfelde of de Vrijplaats voor Alomvattende Ontwikkeling haar leerlingen wel goed op die toekomst voorbereidde. Plezantium kon immers niet eeuwig op het wonder van de magische driehoek en de gouden bal blijven teren. Zijn collega Plusquam I van Excellentië had hij tijdens diens laatste staatsbezoek horen opscheppen over een veel spectaculairder wonder waarmee hij Rinus II naar de kroon zou steken (als hij daaraan dacht, voelde Rinus II onwillekeurig altijd even of zijn kroon nog recht op zijn hoofd stond). Om dat te voorkómen, was de koning ervan overtuigd dat het onderwijs anders moest. Hij had inderdaad laten doorschemeren dat hij twijfelde of Wilfred de aangewezen man was om het onderwijs te veranderen. 

Wilfred kon het allemaal ook niet meer aan: dit was toch wel wat anders dan vijf jaar geleden toen hij iedere dag netjes voor de klas stond en af en toe eens een boek schreef en een lezing gaf. “Dat is nog te overzien, het is dat het allemaal zoveel tijd kost” mijmert Wilfred. “Maar die uitermate moeilijke opdracht van de koning. En dan ook nog het schoolgebouw op de driehoek dat steeds verder naar een kant overhelt en de gouden bal die minder glimt en lijkt weg te zakken in de kloof. Dat zijn toch weer drie serieuze problemen waar ik naast mijn dagelijkse beslommeringen wat mee moet.” 

Wilfred staarde naar een brief die de koning hem (na consultatie) een paar weken eerder had gestuurd: hij bood hem drie van de meest wijze magiërs uit Ameliorika aan die hem in een Raad van Licht zouden moeten helpen bij het leiden en besturen van de Vrijplaats. “Ja,” dacht Wilfred, “het wordt tijd dat ik ze eens bij elkaar roep, er is geen ontkomen aan.”

Intussen staat de verklaring van dit hoofdstuk op de site. Lees die hier.

Nieuwe reactie inzenden

Carla Rhebergen

adviseur / coördinator governance, cultuur en organisatie
0348 74 44 43