U bent hier

Dit kan ons niet overkomen. Of toch wel? Leren van de casus ROC Leiden

Momenteel krijgt het ROC Leiden veel aandacht. Er is veel mis gegaan.  Wetenschappers, politici, pers, toezichthouders en bestuurders (etc.) vinden er van alles van.

Uit de gesprekken die wij als adviseurs met bestuurders en toezichthouders mogen voeren, komen verschillende reacties hierop. Regelmatig merken we dat de schaalgrootte van het ROC, de genomen investeringsbeslissingen, de complexiteit van hetgeen in Leiden werd opgetuigd erg ver af staat van hun belevingswereld. Het leidt vervolgens tot de constatering: “dat kan ons niet overkomen.” 

Of toch wel? 

Laten we het eens omdraaien.

Wat nu eens, wanneer je als bestuurder en intern-toezichthouder zegt: laten we eens uitgaan van de mogelijkheid dat wat –in essentie in Leiden gebeurde- ons ook kan overkomen?  

Wat betekent dat dan? Hoe zouden we hier wat van kunnen leren? En hoe doen we dat dan? 

Door te oefenen aan tafel. Waarom wachten totdat je er in de praktijk mee wordt geconfronteerd? 

Serious game

Toezichthouders en het bestuur hebben gezamenlijk één doel en dat is ervoor zorgen dat het primaire proces goed verloopt. Om dit te kunnen waarborgen is het belangrijk om elkaar scherp te houden als toezichthouders onderling maar ook in het samenspel met het bestuur.

Verus heeft hiervoor een serious game ontwikkeld, waarin bestuurders en toezichthouders aan de slag gaan met interventies. En te ervaren wat deze interventies ‘doen’. Wat doet dat met ‘vertrouwen’? Aan tafel wordt aan den lijve ervaren hoe het is om onder druk interventies in te zetten.

Gedrag 

De game is zo ontworpen dat er allerlei drijfveren van mensen aan tafel worden geprikkeld. En dat begint direct met het moment waarop de informatie ter voorbereiding wordt doorgenomen…

  1. De ene deelnemer heeft er direct zin in, wrijft in de handen en wil gelijk aan de slag. Als er maar gegaan wordt voor de volle impact
  2. De ander bereidt zich minutieus voor, analyseert de documenten en stelt een samenvatting op. En verwacht dat de game niet te ver af staat van de concrete werkelijkheid
  3. Weer iemand anders geniet van de complexiteit van de game. Kan zich ook storen  aan de inconsistenties in de documenten en wordt wat cynisch, dit staat wel ver weg van de werkelijkheid. Kan ook denken: wat een ‘dom spel’. Of toch eerst een principieel gesprek willen voeren over het verschil tussen een ‘rollenspel’ en een ‘game/spelsimulatie’
  4. Er zijn er ook die de game als een kans en mogelijkheid zien om er beter van te worden. Vindt het ook spannend:: ‘Wat als het niet goed gaat? Wat doet dat met de verhoudingen straks aan tafel? Of: wat doet dat met mijn positie?’ 
  5. Er zijn mensen die zich afvragen wat deze game met de onderlinge, harmonieuze sfeer van de groep gaat doen tijdens het spel en ook daarna. ‘Als het maar niet de onderlinge competitie aanwakkert.’
  6. Weer een ander vraagt zich vooraf af of de spelregels het ontstane gevoel van binding en geborgenheid van de familie niet doorbreken. En zal het lastig vinden om opmerkingen en adviezen van externe adviseurs toe te laten.

Van belang hierbij is te weten dat de game niet is bedoeld om een waardeoordeel te vellen over getoond gedrag, het is niet goed of fout. Maar juist om te leren vanuit de gedachte: dit kan ons wel overkomen! En dan zijn wij beter voorbereid. 

Wilt u weten wat leden hiervan vonden?

Nieuwe reactie inzenden