U bent hier

Vrijheid, júist van onderwijs, is fundamenteel voor onze democratie

Deze week publiceerde de Onderwijsraad een notitie over de vrijheid van onderwijs. In mei komt de raad met een verkenning over dit onderwerp. Het publiceren van zo’n notitie is uitzonderlijk. Schijnbaar vindt de Onderwijsraad het nodig de publieke kennis over Artikel 23 bij te spijkeren, getuige ook de 10 wist-u-datjes over vrijheid van onderwijs die hij de afgelopen tijd publiceerde.

Misvatting

De belangrijkste misvatting die de discussie over Artikel 23 vervuilt is dat onderwijsvrijheid de exclusieve lovebaby van de confessionelen is.

Wie zich verdiept in de geschiedenis van de vrijheid van onderwijs ziet dat die om verschillende redenen door alle verschillende politieke stromingen is omarmd. Vrijheid van onderwijs is een liberaal beginsel omdat dat de autonomie van de leraar op het oog heeft en concurrentie tussen scholen wilde bevorderen. Maar ook de sociaaldemocraten kregen hun zin toen de gelijke bekostiging van openbaar en bijzonder onderwijs een feit werd: voorwaarde voor die bekostiging is immers dat deel zijn van van het publieke bestel, via het toezicht door de inspectie. Kom daar maar eens om in landen zonder gelijke bekostiging.

Je doet de geschiedenis geen recht als je beweert dat vrijheid van onderwijs er alleen is voor christelijke scholen.

Wat is 'goed'?

Dat was honderd jaar geleden, zul je zeggen. De totstandkoming van Artikel 23. Het publieke debat, en ook de verkenning van de Onderwijsraad, gaat over nú: is de vrijheid van onderwijs nog wel van deze tijd? De Onderwijsraad gaat zich daarvoor op over twee thema’s buigen: kwaliteit en toegankelijkheid in het licht van onderwijsvrijheid.

Kwaliteit kun je breed en smal bekijken. De vraag is of de manier waarop we tegenwoordig kwaliteit definiëren, recht doet aan wat er in onderwijs allemaal gebeurt. Een vraag die veel bijzondere scholen zich ook stellen: wat vinden wij goed onderwijs? Dat is méér dan wat de inspectie wil zien.

Voor wat betreft de toegankelijkheid: het is goed dat de Onderwijsraad intussen heeft afgerekend met de mythe dat katholieke en christelijke scholen zorgen voor segregatie. Vanuit mijn eigen ervaring in dit onderwijs durf ik te zeggen dat leerlingen weigeren deze scholen ook helemaal niet in het dna zit.

Het gaat niet om de wiskundeles, maar om de leraar

Mijn antwoord (dat zal u niet verbazen) is ‘ja’. De vrijheid van onderwijs steekt uiteindelijk dieper dan de emancipatie van een groep confessionelen, 100 jaar geleden. Artikel 23 is noodzakelijk omdat wij niet weten wat goed onderwijs is. Om díe reden kennen we vrijheid van onderwijs. Onderwijs heeft een publieke kant: wat iedereen moet kennen en kunnen. Maar onderwijs is in zichzelf ook een vorm van het goede leven. Het zijn niet de wiskundelessen die je bijblijven, maar de wiskundeleraar zelf. Ruimte voor het goede leven in het onderwijs kan alleen bestaan als er vrijheid is.

Daarmee is die vrijheid ook vitaal voor onze democratie. In een democratie realiseren we ons dat er niet één antwoord is op de vraag wat goed leven is, wat goed onderwijs is. Dat antwoord dichtsmeren is niet alleen vrijheid van onderwijs aantasten, het is de vitaliteit van onze democratie aantasten.

Nieuwe reactie inzenden

Berend Kamphuis

voorzitter college van bestuur
0348 74 44 01