U bent hier

‘Juist nu hebben we maatregelen nodig die zorgen voor verbinding in plaats van verwijdering’

Het publieke debat over het coronabeleid wordt steeds heftiger en dat raakt ook het onderwijs. Scholen lijken een belangrijke verspreidingsplek voor het coronavirus te zijn. De regering overweegt dan ook om coronatoegangsbewijzen voor het onderwijs in te voeren. Het is zeer begrijpelijk dat er gezocht wordt naar manieren om de sluiting van scholen te voorkomen en tegelijk het aantal besmettingen omlaag te brengen. Toch voelt het coronatoegangsbewijs voor veel scholen ook als een dreiging. Verus ziet de school als bouwplaats van de samenleving. Zo bezien zijn er drie fundamentele kanttekeningen te plaatsen bij het publieke debat.

Verwijdering of verbinding?

De coronacrisis maakt duidelijk waarde school altijd al toe diende. Het gaat in de school – en in het onderwijs - om menselijke verhoudingen. Menselijke relaties vormen de bedding waarbinnen jij leert, je leert verhouden tot de ander en tot de wereld. Zo vindt de leerling haar/zijn weg als medebouwer van de samenleving.

De school is één van de plaatsen waar ouders en leerlingen van allerlei pluimage elkaar ontmoeten. Maar de school is daarnaast ook een van de weinige plekken waar ontmoeting plaatsvindt, en dreigt daardoor alleen te komen staan in haar taak van ontmoeting, en dus overbelast te raken. Als ‘buiten’ de verhoudingen op scherp staan, is dat ‘binnen’ op zijn minst ook voelbaar. Oordelen worden snel geveld, ‘weer zo’n eigenwijze docent’, ‘al die wappies’. Het leidt tot wederzijdse gevoelens van vervreemding. De verbindingen in de samenleving zijn decennia lang stap-voor-stap dunner geworden. In de school is dat voelbaar. Juist nu zijn daarom maatregelen nodig die kunnen zorgen voor verbinding in plaats van verwijdering.

Wantrouwen of vertrouwen?

Dat raakt een tweede thema: wantrouwen. De overheid is de burger de afgelopen decennia steeds meer gaan zien als potentieel risico. De toeslagenaffaire is er het symbool van. Maar ook in mildere vorm is het wantrouwen voelbaar. In de discussie over de nieuwe onderwijswetgeving (van burgerschap tot governance) worden leerlingen, docenten en bestuurders vooral als een mogelijk risico gezien, en niet als gemotiveerde bouwers van de samenleving. Wat doet het met leerlingen (maar ook met ouders, docenten en bestuurders) wanneer zij niet op hun ‘betere ik’ worden aangesproken, maar op hun risico-karakter? Dat laat zich raden. Wie betrapt zichzelf niet af en toe op de gedachte ‘bekijk het maar, ik …. .’ Angst voor de burger sorteert wantrouwen.

Maakbaar of leefbaar?

De voelbare drift om het virus ‘eronder’ te krijgen is behalve navoelbaar (het gaat om leven en dood) ook een vorm van misgroei van maakbaarheidsdenken, een derde thema. Het maakbaarheidsdenken leidt tot voortdurende zelfoverschatting, zorgt voor schijnveiligheid en ontneemt het zicht op de langere termijn.

Nu het virus blijvend deel van ons leven lijkt te worden, is wellicht een verbreding en verdieping van perspectief nodig. Voortgaan op het spoor van maakbaarheid is aanlokkelijk, maar kent ook een mogelijke schaduwkant. Wanneer sluipt een verkeerd motief binnen van ‘Wie niet horen wil, moet voelen’?

De huidige pandemie is intens, laat diepe sporen na in gezinnen, op scholen, in de hele samenleving. Kunnen we ons hierboven uittillen, nu de crisis aanhoudt, nu we voelen dat we waarschijnlijk met het virus moeten leren leven? Dat kan misschien door het perspectief voor ogen te houden van een leefbaar gezin, een leefbare school, een leefbare samenleving.

De school als bouwplaats van vertrouwen

Hoe maken wij verbindingen (weer) zichtbaar en voelbaar? Hoe kunnen we vertrouwen in elkaar voeden en cultiveren? Wie een willekeurige school binnenloopt, zo zegt Erik Borgman het, ziet geen productie, maar menselijke verhoudingen, interactie en relaties. Soms is de school een gemeenschap die verschillen overstijgt, soms weerspiegelt ze maatschappelijke krachten van competitie en tegenstellingen.

Hoe dan ook, de school is nog steeds een betrekkelijk vrije ruimte waarin de ervaring van gemeenschap-zijn gepraktiseerd en geoefend wordt, in al zijn grandeur en misère. De vrije ruimte van de school is essentieel. Ze schept de voorwaarde voor vertrouwdheid en geborgenheid, voor de pedagogische opdracht van persoonsvorming, en nodigt uit levensbeschouwelijke kleur te geven aan het onderwijs.

Scholen die hun eigen karakter en waarden kennen, en daar dichtbij blijven, zijn een (bouw)plaats van vertrouwen. Een bouwplaats die verbindingen maakt en cultiveert, uitgaat van vertrouwen en bouwt aan leefbaarheid. In dat besef handelen lijkt mij de uitdaging, zeker ook in het onderwijs.

Reacties

Door Bas van den Berg op 18 nov 2021 | 16:25

Heel rake typering en beschrijving van de school.welke concrete maatregelen zouden helpen om de school als werkplaats voor verbinding en vertrouwen aantrekkelijk en veilig te laten groeten?

Door Bill Banning op 18 nov 2021 | 17:04

Graag ga ik op de vraag van collega Bas van den Berg in. Vanuit de eigen ervaringen op de scholen waar ik werk (VO: OMO d'Oultremontcollege Drunen) werk ik mijn bijdrage uit. De eerste ervaring betreft een verdrietige gebeurtenis, de tweede betreft mijn visie op het lesgeven.

Kort voor de herfstvakantie werden we geconfronteerd met het overlijden van een 15-jarige jongen na een lang en zeer zwaar ziekbed. Al tijdens het ziekbed stonden klasgenoten en vrienden altijd klaar voor deze jongen, evenals mentor en anderen binnen de school. Na het bekend worden van het overlijden transformeerde de school binnen 30 seconden in een rouwende gemeenschap. Bij ons bijzondere Raam der Herinnering bij de zitkuil - een plek waar normaal ook pauze wordt gehouden en waar ook rotzooi gemaakt wordt - waren we met zeer velen bijeen in stilte, verslagen door het bericht, een stilte die af en toe verdiept werd door heftig snikken waarna leerlingen zich over elkaar ontfermden. De lessentabellen werden aan de kant geschoven, zowel voor de leerlingen die wilden rouwen als voor de docenten die begeleidden en mee rouwden. Gaandeweg kwam er een nieuwe 'rouwenergie': een groep ging bloemen halen om bloemstukken te maken, anderen regelden een verkeersbord met plaatsnaam via via, weer anderen haalden waxinelichtjes. Er werd een dik boek gekocht dat HET BOEK werd: boordevol bijdragen van vooral leerlingen. In die dagen ervaarden we expliciet een waardengemeenschap te zijn (al zal niet iedereen dat woord gebruiken en dat hoeft ook niet). Zelfs in de herfstvakantie kwamen leerlingen en leraren naar school om samen te rouwen en mee te leven met het laatste afscheid elders. Na de vakantie werd de herdenkingsdienst opgebouwd door leerlingen, OP en OOP: iedereen was betrokken en bood een helpend hart. Jong zang- en pianotalent meldde zich spontaan een bijdrage te leveren. En zo kan ik nog uren doorgaan.

Wat het lesgeven betreft zie ik de afgelopen vijftien jaar een verarming optreden vanwege de (ervaren) eisen van het eindexamen. Door de ervaren druk om te presteren zijn de lessen gaandeweg anders geworden. Er zijn dichtgetimmerde PTA's en lesplanners die leerlingen tot in alle nuances op de examens moeten voorbereiden. Ruimte voor samenwerkingsprojecten zoals we ruim tien jaar geleden altijd een aantal weken hadden is er (feitelijk) niet meer. En juist die projecten gaven vaak een extra diepe kijk op het leren als gemeenschap, vakoverstijgend: sámen aan het leren en aan het ontwikkelen. De regel dat je voor de kernvakken slechts één vijf mag hebben werkt daarbij ook niet bevorderlijk. Door al die (ervaren) druk ontstaan uitgeholde lessen waarin het regelmatig lijkt te gaan om produceren in plaats van min of meer gestuurd spelend leren. Die druk werkt averechts en verstoort niet alleen het pedagogisch klimaat maar ook het leerklimaat. Zoals Andy Hargreaves als een ander heeft geformuleerd:

“By focusing only on cognitive standards themselves,
and the rational processes to achieve them,
we may, ironically,
be reinforcing structures and professional expectations
that undermine the very emotional understanding
that is foundational to achieving and sustaining those standards”
(p. 825).

Graag pleit ik voor meer 'emotional understanding' in alle vakken waardoor ieder vak vanuit zijn eigen invalshoek en samenwerkend met andere vakken kan bijdragen aan de brede ontwikkeling van de leerlingen.

Indertijd bestond er een project Identiteit in de vakkenlijn. Op een aangepaste wijze zou zoiets ook nu heel waardevol kunnen zijn. Maar dan moet daar fundamenteel ruimte voor geschapen worden.

Door Broersma op 18 nov 2021 | 17:17

In de moderniteit is het misschien een beetje uit zicht geraakt dat de school ook kinderen leert om het verstand te gebruiken. Zintuigen aan het werk zetten en proberen te duiden wat je waarneemt. Wat zijn oorzaken en wat gevolgen. Zijn die wel hard en zo niet, hoe zacht zijn ze dan. En weten de grote mensen het allemaal wel, weten onze regeringsleiders en de slimme wetenschappers die hen adviseren het allemaal wel ? De pandemie is een prachtig voorbeeld van iets nieuws, we weten oorzaken en gevolgen niet. We willen schuldigen aanwijzen voor dat het niet zo gaat als we graag willen, dus overheid, maak je borst maar nat. Maar we zijn zelf de overheid. Die bestaat uit mensen, onze familieleden en vrienden maken er deel van uit. We moeten zelf omgaan met onzekerheid. Wat doe je als je niet weet hoe het zit? Dit is onderwijskundig gezien een geweldige tijd, als de randverschijnselen nou maar eens niet gingen overheersen.

Door Jelle Hiemstra op 21 nov 2021 | 18:45

Prachtig betoog van onze oude bestuurder van CVO-ZwFryslan en zoals wel vaker slaat Berend de spijker op zijn kop: Verbinding zal ons als samenleving dus ook als school redden uit netelige coronatijd

Jelle Hiemstra

Nieuwe reactie inzenden

Berend Kamphuis

voorzitter college van bestuur
0348 74 44 01