U bent hier

‘Blijkbaar durft men er niet op te vertrouwen dat scholen juist gemotiveerd zijn om ‘back to basics’ te gaan’

Daar was het dan, een nieuw regeerakkoord, met daarin een kloeke en ambitieuze paragraaf over onderwijs. Met veel wat daarin te lezen valt, mogen we blij zijn: forse investeringen, aandacht voor kansengelijkheid, een meer integrale benadering van het funderend onderwijs, onder andere door gelijkwaardige beloning. Eén aspect kreeg tot nu toe nog weinig aandacht, de introductie van de norm van evidence based werken. De introductie van deze norm verdient fundamentele discussie, om twee redenen.

In de eerste plaats zijn er bestuurlijke redenen. Het regeerakkoord zet in op het versterken van de kwaliteit, om de basis op orde te krijgen. Daartoe wil het de kwaliteit van de lerarenopleidingen versterken, ‘met aandacht voor effectieve vakdidactiek…’ Daarnaast stelt het nieuwe kabinet hogere eisen aan de resultaten die de scholen moeten behalen. De lat moet omhoog. De eisen worden verduidelijkt en aangescherpt. Met andere woorden: zowel aan de voorkant als aan de achterkant van het onderwijsproces gaat de lat omhoog en wordt de overheid strenger.

Professionaliteit van de leerkracht

De vraag rijst waarom dan ook nog nieuwe en diep ingrijpende eisen gesteld moeten worden aan de inrichting van het onderwijs, het primair proces zelf. Het lijkt alsof het nieuwe kabinet er niet zeker van is, dat de strengere eisen aan de lerarenopleidingen en aan de resultaten voldoende zijn. En blijkbaar durft men er niet op te vertrouwen dat scholen juist gemotiveerd zijn om ‘back to basics’ te gaan. Wat is precies het motief om het gehele onderwijsproces op dit microniveau te willen beheersen? Wat rechtvaardigt dat de overheid op de plek van de leerkracht gaat zitten? Is dat effectief? Is dat proportioneel? Zou een analyse niet op zijn plaats zijn? Twintig jaar streven naar topposities in internationale benchmarks, terwijl de basisvaardigheden afnamen, hoe was dat mogelijk? Toch niet (alleen) omdat te weinig zogenaamde evidence based methoden werden gebruikt? En hoe verhoudt dit voornemen zich tot de lofzang van de afgelopen tien jaar op de professionaliteit van de leerkracht? Er lijkt een zeker wantrouwen in het spel te zijn.

Er is ook een principiële reden voor discussie en bezinning. De keuze van methodes raakt de vrijheid van inrichting, hart van de vrijheid van onderwijs. Die vrijheid is niet (alleen) een abstract staatsrechtelijk leerstuk, maar houdt in dat de docent in de concrete situatie -met déze kinderen- de vrijheid heeft, binnen de grenzen van de wet, om te doen wat hem/haar goed dunkt. Het is de vrijheid om antwoord te geven op de eisen die de werkelijkheid van zijn/haar klaslokaal stelt. Lesgeven is geen kwestie van kiezen uit een catalogus. Het voltrekt zich in het leven zelf. De verworven vakkennis en het bereikte inzicht in methodes moet worden verbonden met de levens van jonge mensen van vlees en bloed. ‘Waartoe dient mijn onderwijs?’ is dan de belangrijkste vraag. Het ‘hoe’ moet daarom dienstbaar zijn aan het ‘waartoe’. Ik kan het ook anders zeggen: wat effectief is, wordt beslist in het concrete leven, niet in de wetenschap.

Er zijn goede redenen om een kritisch gesprek te hebben met de nieuwe minister over deze norm van evidence based werken. Nog belangrijker is dat deze open is over het voelbare wantrouwen. Alleen dan is er een kans op faire bestuurlijke verhoudingen.

Reacties

Door Gijsbert vd Beek op 23 dec 2021 | 14:34

Kwaliteit leveren vereist dat je weet hoe je kwaliteit kunt leveren, maar laat inderdaad alstublieft ruimte voor het vakmanschap van de docent om in de concrete relatie met de kinderen en de concrete context waarin je werkt de beste weg te zoeken en te vinden.
Ik zie ook zeker veel goeds in het regeerakkoord, maar toen ik de onderwijsparagraaf had gelezen voelde ik een onplezierige druk van dwang en drang.
Toch gek nu de partijen die zichzelf liberaal noemen dominant zijn.

Door D.A. (Dick) Hoek op 23 dec 2021 | 15:21

Of zou men ook in de gaten hebben dat de - doorgaans wel zeer betrokken juf - de stof zelf niet goed beheerst?! De 'knippen-plakken-kleien'-generatie. Cijferen, hoofdrekenen, spelling van de werkwoordvormen e.d.: de juf kan het zelf niet meer. Ik krijg al jaren van de kleinkinderen geen rapport meer onder ogen zonder ernstige taalfouten. Echt erg.
Dick Hoek

Door THEO JOOSTEN op 23 dec 2021 | 15:34

Berend,
Met interesse jouw blog over een deel van de onderwijsparagraaf in het coalitie akkoord gelezen.
Beknopt een paar opmerkingen.
1. De toename van de overheidsbemoeienis met de inhoud van het onderwijs in de laatste 30 jaren heeft blijkbaar geen betere resultaten opgeleverd.
Kerndoelen, streefniveau's, kwaliteitszorgsystemen, opgelegde regionale samenwerking voor passend onderwijs, zijn enkele voorbeelden.
2. Art 31a WPO over beroep van leraar kan uit de WPO of moet stevig worden aangepast bij realisatie van het voorgestelde beleid.
"Onder het beroep van leraar wordt verstaan het binnen de kaders van onderwijskundig beleid van de school, verantwoordelijkheid dragen voor het inhoudelijk, vakdidadactisch en pedagogisch proces in de school.
3. Voordat de overheid zich met de inhoud van het onderwijs ging bemoeien stond in de LO wet slechts één pagina over de inhoud: nl. een opsomming van de te geven vakken.
Evidence based methoden zijn ook in het NPO overigens met de nodige voorzichtigheid beschreven. Bij "goedgekeurde" anti-pestprogramma's is wat werkt overigens ook twijfelachtig.
Onderwijs vindt plaats in de relatie ll .en lkr. waarbij de lkr /school middelen gebruikt die aan het onderwijsleerproces bijdragen.
4. Ook de verwijzing naar bekostigingswijze van de werkdrukmiddelen is een dubieuze zaak. De overheid heeft een bekostigingsrelatie met de rechtspersoon en niet met een school.
Via de werkdrukregeling lijkt een school met twee bekostigingswijzen te maken te hebben. Terwijl personeel en financieel beleid onder de verantwoordelijkheid van het bestuur vallen.

Tenslotte lijkt het erop dat Paul Frissen gelijk heeft met de stelling:
wanneer overheidsbeleid niet werkt de overheid als oplossing meer van
hetzelfde gaat doen om het probleem op te lossen. Wat dan waarschijnlijk ook weer niet werkt. We zijn nog niet voorbij een overmatig waarde toekennen aan beheersmatig denken.

Er ligt nog een mooie taak voor Verus ten dienste van ons onderwijs.
Theo Joosten

Nieuwe reactie inzenden

Berend Kamphuis

voorzitter college van bestuur
0348 74 44 01