U bent hier

Onderwijs laat geld op de plank liggen

Dit is een regelmatig terugkerend verwijt richting schoolbesturen. Soms terecht, vaak ook ten onrechte. Als uw buffervermogen hoog is en steeds hoger wordt, omdat u jaar in jaar uit geld overhoudt van uw Rijksbekostiging, dan onttrekt u feitelijk geld aan het onderwijs. Maar een te laag buffervermogen kan de verwezenlijking van de kerndoelen van uw organisatie en uiteindelijk de continuïteit in gevaar brengen. 
Het is van belang een goede en goed onderbouwde balans te vinden tussen deze beide uitersten.
 

Hoe groot moet mijn financiële buffer dan zijn?

Vorige week las u in de blog van mijn collega Genno Wolthers dat dit één van de meest gestelde vragen aan Verus Bedrijfsvoering & Infrastructuur is. Deze week beantwoord ik de vraag over de gewenste omvang van het weerstandsvermogen in 3 stappen.
 
  1. Krijg uw risico’s in beeld
    Formuleer uw vermogensbeleid niet uitsluitend op basis van financiële kengetallen, maar op basis van uw risicoprofiel en ambities. Elke gebeurtenis die negatieve invloed heeft op de realisatie van uw doelen is een risico. Bijvoorbeeld op het gebied van leerlingen (een onverwachte negatieve ontwikkeling), onderwijs & kwaliteit, personeel (veel ziekteverzuim), sociale en fysieke veiligheid en huisvesting. Voor een organisatie is het van belang om een balans te vinden tussen het nemen van risico’s en het treffen van beheersmaatregelen. Actief risicomanagement leidt er toe dat u geld kunt vrijspelen voor het primaire proces. 
    In het algemeen geldt: Hoe lager het risicoprofiel van uw organisatie is, des te minder ‘dood geld’ u achter de hand hoeft te houden. 
  2. Weet of u te veel of te weinig buffer hebt
    Op basis van de uitkomsten van 1 heeft u inzicht in de risico’s en de daaruit voorvloeiende euro’s.
    Bekijk vervolgens hoe hoog (of hoe laag) uw huidige weerstandsvermogen is: geeft dit als uitkomst dat er voldoende vermogen aanwezig is om de continuïteit van de organisatie de komende jaren te waarborgen? Of, als het vermogen te groot is, heeft het bestuur dan een idee waar het voor aangewend kan worden? Of, als de buffer te beperkt is, wat is het meerjarenplan van aanpak om tot het gewenste niveau te komen? 
  3. Blijf monitoren
    Zodra het benodigde weerstandsvermogen bekend is, kunt u met de toezichthouder afspraken maken om binnen een bepaalde range (streefwaarden) te blijven (of te komen). 
    De wereld verandert snel, dus het is van belang om nieuwe risico’s tijdig in beeld te krijgen en weggevallen risico’s buiten beschouwing te laten. Tenminste tweemaal per jaar. Het samenspel tussen leerlingaantallen, bekostiging, innoveren/bezuinigen en de meerjarenbegroting kan constant gemonitord worden met behulp van de kengetallen zoals het weerstandsvermogen. Uiteraard op basis van het risicoprofiel van uw organisatie. 
 

Meer weten?

Verus Bedrijfsvoering & Infrastructuur biedt u een sparringsgesprek aan waarin we het nut van risicoanalyses bespreken en het verder kunnen hebben over personeelsstromen, planning van scholen en de financiële situatie van het bestuur. Uiteraard kunt u ook andere onderwerpen op het gebied van bedrijfsvoering aan de orde stellen. Zo’n sparringsgesprek is voor leden van Verus altijd gratis. Interesse? Wij komen graag bij u langs.

Nieuwe reactie inzenden

Auke Vlonk

analist / adviseur bedrijfsvoering en infrastructuur
0348 74 41 62