U bent hier

Torenhoge huizenprijzen: slecht nieuws voor scholen in grote steden

Jonge gezinnen verlaten in hoog tempo de grote steden. Met name Amsterdam kent een grote uitloop, met flinke leerlingdaling op diverse scholen als gevolg. Een mogelijke verklaring ligt volgens experts in de snel stijgende huizenprijzen, maar is dat ook cijfermatig te staven? Ik dook dieper in de materie.


Wat is er aan de hand?

Begin november las ik dat er een ware exodus van jonge gezinnen uit de grote stad plaatsvindt. Met name de Amsterdamse uittocht was volgens het CBS niet misselijk: “Van de jonge gezinnen in Amsterdam was 40 procent binnen vier jaar na de geboorte van het eerste kind verhuisd naar een andere gemeente.” 
Deze verhuisdrift heeft een niet te onderschatten impact op de scholen in de grote steden, omdat een groot deel van de potentiële (en misschien wel verwachte) aanwas elders terechtkomt. Gevolg: veel grootstedelijke scholen, zeker de scholen in de stadscentra, kampen met forse leerlingdaling, terwijl relatief veel scholen in de omliggende gebieden in de lift zitten.

Waar ligt dat aan?

Een waarschijnlijke oorzaak voor het vertrek van de jonge gezinnen ligt in de stijgende huizenprijzen in de grote steden. Peter Boelhouwer, hoogleraar woningmarkt aan de TU Delft, verklaarde in De Volkskrant  (7 november) dat de verhitte woningmarkt het voor jonge gezinnen steeds moeilijker maakt om een betaalbare gezinswoning te vinden. 
Deze hypothese kreeg enkele dagen later nog meer voedingsbodem door nieuwe statistieken: zo kopte het CBS: Woningwaarde Amsterdam naar hoogste niveau ooit. Strekking van het bericht: de huizenprijzen in de hoofdstad rijzen de pan uit. Oftewel... geen wonder dat jonge gezinnen hun heil elders zoeken!

Is dat een goede verklaring?

Het klinkt als een aannemelijke verklaring, maar met ‘aannemelijk’ neemt een analist natuurlijk nog geen genoegen. Ik dook daarom in de statistieken om de samenhang tussen de woningprijzen enerzijds en de jeugdige aanwas in de grote steden anderzijds in kaart te brengen. En warempel... het aantal jonge kinderen (0 tot en met 4 jaar) hangt inderdaad samen met de gemiddelde woningprijzen! En behoorlijk ook. 

Onderstaande figuur zet vanaf 2005 voor de drie grootste steden de ontwikkeling in het aantal 0-4 jarige kinderen af tegen de ontwikkeling in de gemiddelde WOZ-waarde van woningen. We zien dat naarmate de woningwaarde stijgt (ofwel: de huizenprijzen omhoog gaan), het aantal jonge kinderen in de steden afneemt. Andersom neemt het aantal jonge kinderen in de drie grote steden toe, naarmate de WOZ-waarde daalt. De twee grootheden spiegelen elkaar.

Figuur 1 – Blauwe lijn = geïndexeerde ontwikkeling aantal kinderen 0 t/m 4 jaar, rode lijn = gemiddelde inflatiegecorrigeerde WOZ-waarde. In Amsterdam, Den Haag en Rotterdam (2005=100)

 

Bron: CBS, bewerking Verus

Nu betekent dit niet dat de grootstedelijke huizenprijzen dé factor zijn die verhuisbewegingen en daarmee het aantal jonge kinderen beïnvloeden. Ook talloze andere aspecten die de stad, dan wel de omgeving meer of minder aantrekkelijk maken spelen een rol. U kunt ze zelf ongetwijfeld bedenken. Toch is het opvallend dat de hiervoor getoonde figuren zo’n duidelijke samenhang tussen beide grootheden tonen... biologen zullen jaloers zijn op zo’n mooie dubbele helix!

Maar is dat alleen grootstedelijk of ook landelijk?

De vraag die rijst is: hoe ziet het plaatje er voor Nederland als geheel uit? Zien we landelijk hetzelfde beeld als in de grote steden? Het antwoord daarop zal wellicht niet verrassen, namelijk: ‘nee’. 

Figuur 2 laat zien dat er sinds 2005 sprake is van een vrijwel structurele daling in het aantal jonge kinderen. Daar tegenover staat een golvende beweging in de gemiddelde WOZ-waarde. De huizenprijzen stegen tussen 2006 en 2009 fors, om in de jaren daarop flink te kelderen. Pas in 2015 vond het omslagpunt plaats en zijn de woningen in Nederland weer in waarde gestegen. 

Het feit dat er op landelijk niveau geen duidelijke samenhang is tussen het aantal jonge kinderen en de gemiddelde woningprijzen is logisch. Immers zijn er op landelijk niveau eigenlijk geen uitwijkmogelijkheden bij stijgende huizenprijzen. Of nou ja, behalve de biezen pakken en emigreren!

Figuur 2 – Blauwe lijn= geïndexeerde ontwikkeling aantal kinderen 0 t/m 4 jaar, rode lijn = gemiddelde inflatiegecorrigeerde WOZ-waarde. Landelijke ontwikkeling (2005=100)

  
Bron: CBS, bewerking Verus

Houd de vinger aan de pols

Waar we bij leerlingdaling vaak denken aan de landelijke gebieden, kan deze ook in de stad hard toeslaan, zo volgt uit deze analyse. Leerlingaantallen hangen direct samen met de bekostiging van uw school(bestuur) en dus met aspecten als personele voorziening en huisvesting, dus het loont om de vinger aan de pols de houden. Verus helpt u daar graag bij, zo bieden onze leerlingprognoses u nuttige doorkijkjes naar de toekomst. De woningmarkt kunnen wij echter niet beïnvloeden…!

 

Reacties

Door Anja van Andel op 23 nov 2017 | 19:25

Beste Ardi, dank voor dit duidelijke verhaal.
Ik ben bestuurder van een eenpitter in Amsterdam zuid en wat je beschrijft herkennen wij enorm in de praktijk!

Nieuwe reactie inzenden

Ardi Mommers

analist / adviseur bedrijfsvoering en infrastructuur
0348 74 41 15