U bent hier

Ook zo zat van die enquêtes?

Voordat ik overstapte naar Verus werkte ik vijf jaar als onderzoeker op het terrein van onderwijsbeleid. In die jaren deed ik vrolijk mee aan de vloedgolf aan enquêtes die over ons (onderwijs)land stroomt. Eigenlijk stond ik nooit zo stil bij de fikse belasting hiervan, totdat ik rond Sinterklaas 2016 – nadat ik weer een vragenlijst het veld in stuurde – een mail kreeg van een geïrriteerde basisschooldirectrice.
 

De grens bereikt

De schoolleidster vroeg me of ik mij ervan bewust was dat ik in één week tijd de tiende (!) was die haar uitnodigde om deel te nemen aan onderzoek. En nee… daar stond ik niet echt bij stil. Ze vervolgde haar mail met een opsomming van alle onderzoeksverzoeken die haar die week hadden bereikt: van arbeidsmarktonderzoek vanuit OCW via diverse vragenlijsten voor afstudeerscripties van studenten tot de regionale krant met de vraag ‘hoe zwart haar zwarte pieten waren’. Hoewel ze in algemene zin positief tegenover onderzoek stond, was voor haar de grens zo langzamerhand wel bereikt.
 

Afnemende deelname

Voor mij was dit een eye opener, want hoe goedbedoeld mijn vragenlijst ook was, ik had er nooit aan gedacht dat ik één van de velen zou zijn. Het veranderde mijn blik op onderzoeksbelasting in het onderwijs:ik kreeg meer begrip voor de groeiende weerzin tegen onderzoek. 
 
Deze ergernis wordt steeds prominenter. Dat blijkt wel uit de steeds verder teruglopende responscijfers. De doelgroep bereiken en die overtuigen tot deelname is daarmee een groeiende uitdaging voor onderzoekers. 
 
Gelukkig wordt de toenemende irritatie en teruglopende interesse steeds meer onderkend, bijvoorbeeld door de Onderwijsinspectie en zeker ook door beleidsmakers. Zo wordt bij aanbesteding van onderzoek meer en meer nadruk gelegd op een zo laag mogelijke belasting van het veld, waarbij slimme alternatieven toegejuicht worden. Nieuwe technologieen, zoals het beter benutten van online data, maken dit ook steeds beter mogelijk. Daarover meer in een volgende blog.
 

Belang van onderzoek

Dus ja: de onderzoeksbelasting móét omlaag, want we hebben het in het onderwijs immers al druk genoeg. Maar er valt niet te ontkomen aan een regelmatige bevraging van het veld over actuele en (beleids)relevante vraagstukken. Uiteindelijk is er immers niemand die de uitdagingen en strubbelingen van de dagelijkse praktijk beter kent dan u: de onderwijsprofessional. 
 
Deelnemen aan onderzoek blijft dan ook van groot belang en hoewel ik uw ergernissen inmiddels goed kan plaatsen, blijf ik – ook nu ik zelf niet meer in het onderzoek zit – een lans breken voor de wetenschap. Deelname is niet alleen belangrijk voor wetenschappers en beleidsmakers, maar zeker ook voor uzelf. De twee voor u belangrijkste redenen om deel te nemen zijn:
 
  1. Het is de uitgelezen mogelijkheid om uw mening te geven en de buitenwereld te laten zien wat er in uw sector speelt. Laat uw stem horen! Zoals gezegd bent u dé expert van de dagelijkse praktijk, deel uw ervaringen met de wereld, óók de onderzoekswereld. 
  2. Hoe luider het veld zijn stem laat horen, oftewel: hoe groter de deelname aan onderzoek, des te groter de impact zal zijn. Grotere deelname geeft niet alleen een representatiever (en dus eerlijker beeld) van de werkelijkheid, het brengt ook gewicht in de schaal.
 

Slim omgaan met uitnodigingen

Een lastige vraag die bij u wellicht rijst is: hoe kan nu ik tot een zinvolle tussenoplossing komen waarbij ik mijn stem laat horen, maar niet mijn halve werkweek bezig ben met vragenlijsten invullen? Helaas heb ik hier geen hapklaar antwoord op en zult u daar zelf een werkbare invulling aan moeten geven. Ondanks de groeiende aandacht voor vermindering van de bevragingslast van het veld, zullen er immers altijd onderzoeksverzoeken blijven komen.
 
Om u niet helemaal met lege handen te laten staan, geef ik u in ieder geval een paar vragen mee die u zichzelf kunt stellen als u de volgende keer weer een uitnodiging voor onderzoek ontvangt. De belangrijkste afweging hierbij is: hoe verhoudt mijn inspanning zich tot de verwachte opbrengsten? 
 
  1. Waar gaat het over? – Een verzoek tot onderzoek zal altijd vergezeld gaan van een inhoudelijke toelichting op de studie. Het ‘waarom’ achter het onderzoek moet helder zijn en kan u helpen bij uw afweging. Wellicht heeft u wél zin om deel te nemen aan onderzoek naar oplossingen voor het lerarentekort, maar géén zin om de zwartheid van uw zwarte pieten te beschrijven. Stel uzelf de vraag of het onderzoek wat u betreft relevant is.
  2. Wie is de afzender? – Op wiens verzoek wordt het onderzoek uitgevoerd en wie voert het uit? Komt dit betrouwbaar over? U kunt in uw beslissing meewegen of u de afzender voldoende belang toekent. Even gechargeerd: een onderzoek op verzoek van OCW heeft vermoedelijk meer beleidsmatige waarde/impact dan een lokale krant die een peiling houdt voor een leuke krantenkop.
  3. Hoeveel tijd gaat me dit kosten? – In een open en eerlijk onderzoeksverzoek wordt meestal aangegeven hoelang een vragenlijst duurt om in te vullen. Staat dit er niet bij dan kun je je afvragen waarom (…wellicht omdat het drie kwartier duurt?). Ook kun je je afvragen of de onderzoeker de dagelijkse praktijk voldoende begrijpt als u gevraagd wordt om een uur lang een vragenlijst in te gaan vullen.
  4. Moet ik dit zelf in gaan vullen? – Is het nodig dat uzelf deze vragenlijst invult, of is er wellicht een collega die hier evenveel (of zelfs meer) verstand van heeft en hier meer tijd voor heeft? Zeker bij onderzoeken op school- of bestuursniveau maakt het vaak (tenzij expliciet aangegeven!) niet zoveel uit wie er binnen de organisatie informatie verschaft, zolang deze persoon maar voldoende in de materie zit om er wat over te kunnen zeggen. U hoeft dus niet alles zélf te doen!
 
Hopelijk helpen deze vragen u bij uw afwegingen tot onderzoeksdeelname. De uiteindelijke beslissing is natuurlijk aan u. Wellicht heeft u naar aanleiding van deze blog tips voor uw collega’s hoe u hiermee omgaat. Op basis waarvan beslist u om wel of niet mee te doen en is dit de afgelopen jaren wellicht veranderd? Mail me, ik ben benieuwd naar uw ervaringen!

Reacties

Door BMFE von den Benken op 17 mrt 2018 | 17:25

Dank voor dit stuk. Wat mij opvalt is dat ik juist deze week tweemaal gevraagd ben om een enquête in te vullen. Eenmaal digitaal en eenmaal telefonisch. Bij beide was niet duidelijk wie de opdrachtgever was van de enquête. Ik laat mijn stem horen... dacht ik en vulde de digitale enquête in. Na een aantal vragen werd mij duidelijk wie de opdrachtgever is.. namelijk VERUS. Dank jullie wel. Wel jammer dat ik drie dagen later de telefonische enquête kreeg. De dame kon mij niet vertellen wie de opdrachtgever was. Toen ik zei dat ik deze enquête al digitaal had ingevuld en wist dat het Verus is. Iets te veel van het goede.

Door Bill Banning op 23 mei 2019 | 18:04

“Dank voor je mooie beschrijving van mijn wezen!”

De 'waarheid' van onderstaand stukje tekst kan ik bevestigen vanuit mijn eigen onderzoekservaring.

"Het is de uitgelezen mogelijkheid om uw mening te geven en de buitenwereld te laten zien wat er in uw sector speelt. Laat uw stem horen! Zoals gezegd bent u dé expert van de dagelijkse praktijk, deel uw ervaringen met de wereld, óók de onderzoekswereld. "

Achttien leerkrachten (PO en VO) die zich hadden opgegeven voor mijn promotieonderzoek (2015) gaven vrijwel allen aan dat zij de interviews als een kans zagen om hun stem te laten horen in onderwijsland. Hun reden? Op twee na hadden alle respondenten een diep tot zeer diep doorleefde spirituele beleving van hun staan in het onderwijs (een beleving met een zeer positieve invloed op hun pedagogische grondhouding en op hun ontwikkelingsbereidheid). Deze spirituele visie konden zij - allemaal volstrekt los van elkaar - nergens kwijt in hun onderwijsorganisatie, ondanks dat zij de waarde daarvan dagelijks ervaarden. Ze hoopten via het onderzoek hun stem te kunnen laten horen. Om zo het onderwijsbeleid en de onderwijspraktijk wellicht een nog verborgen en vaak onbespreekbaar inzicht te kunnen bieden. Bovendien bleken de interviews (en de uitwerking daarvan) voor deze deelnemers een diepe bevestiging te zijn van hun visie en werk.

Hieronder een tekst uit mijn proefschrift waarin de beleving van de respondenten op het onderzoek ter sprake komt:

Veertien respondenten gaven expliciet aan de interviews te waarderen. Hierbij werden uitdrukkingen gebruikt als; een fijn, prettig dan wel zinvol gesprek, met veel plezier aan meegewerkt, heel erg leuk om te doen, prachtig gesprek, gewoon heel mooi, geweldig om erover te praten, een verrijkende ervaring, voldeed aan mijn verwachtingen (R-1, R-2, R-4, R-5, R-6, R-7, R-8, R-9, R-10, R-11, R-13, R-15, R-16, R-18). Een paar respondenten complimenteerden de onderzoeker expliciet vanwege de gestelde vragen en zijn open, vertrouwenwekkende houding tijdens de interviews, zoals volgend citaat aangeeft:

“Nou, het zijn wel vragen met diepgang. Het zijn wel vragen die eh.., waar goed over nagedacht is, heb ik het gevoel. En die ook eh., ja, toch wel een stuk van de ziel blootleggen van die persoon. En in die zin is het voor mij heel bekend terrein. Het is voor mij niet moeilijk om te beantwoorden. Maar het zijn wel goed geformuleerde vragen. En het is ook prettig dat jij goed kunt luisteren. In die zin. En dat je ook eh.., niet eh, antwoorden verwacht, die ik ga geven of zo. Je laat het helemaal blanco. Je denkt: “Okay, wat jij zegt dat is..”, zo laat jij het. Je gaat niet sturen en dat is gewoon prettig., voor mij ook. Dus wat dat betreft ook een compliment aan je adres” (R-16; vgl. R-4, R-10, R-18).

Tien respondenten spraken ten slotte de hoop, c.q. de verwachting uit dat de onderzoeker ‘er iets mee zou kunnen doen’ en ‘er iets aan zou hebben’ (R-1, R-5, R-6, R-8, R-10, R-11, R-13, R-14, R-15, R-18). Bovendien gaven drie respondenten aan nieuwsgierig te zijn naar de uitkomsten van het onderzoek (R-1, R-3, R-11).

Derde terugkoppeling
Alle achttien respondenten reageerden op het derde verzoek tot member check. Zij gaven allen aan zich nog steeds goed in de verslagen van de interviews te kunnen vinden. Sommigen reageerden zelfs bijzonder positief: “Hoe ik terugkijk: prettige gesprekken waarbij ik echt een inkijk heb gegeven in wie ik daad-werkelijk ben. Dit wegens jouw oprechte interesse en integriteit” (R-10; vgl. R-5, R-9), “Ik ben de interviews meteen gaan lezen en het is schitterend om dit alles terug te lezen” (R-15) en “Prachtig om zo uitgebreid verwoord te zien WIE ik ben, los van mijn werk/beroep” (R-17; vgl. R-5, R-8, R-13). Een oudere respondent voegde hier een interessante opmerking aan toe: “(…) zeker ook omdat je zo nooit bevraagd wordt” (R-5). Wel gaven enkele respondenten aan dat hun onderwijssituatie in de loop van de tussenliggende jaren was veranderd. Opvallend hierbij is dat zeven respondenten die bij de vraag naar het toekomstperspectief in het tweede interview aangaven graag meer aan (specifieke) begeleiding van leerlingen dan wel coaching van leraren te willen doen zich ook daadwerkelijk in die richting geprofileerd hebben (R-1, R-4, R-5, R-10, R-13, R-17, R-18). Twee respondenten hebben een leidinggevende functie gekregen (deels naast lesgevende taken, R-10), maar geven beiden aan dat de motieven in principe dezelfde zijn gebleven (R-3, R-10). Een andere respondent reageerde teleurgesteld en is ‘het onderwijs momenteel aardig beu’, met name omdat er ‘nauwelijks gesproken wordt over zaken die er echt toe doen’: “Als ik mijn enthousiasme teruglees, vraag ik me af waar het naar toe is!” (R-16). Twee andere respondenten gaven aan nog altijd enthousiast te zijn over hun werk waarin kinderen centraal staan, ondanks “dat er van bovenaf steeds minder oog is voor het eigene van het jonge kind” (R-9) en “alle papieren rompslomp (…) waar vervolgens nooit meer iets mee gebeurt” (R-2) (vgl. Ballet & Kelchtermans 2008: 36). Weer twee andere respondenten gaven aan wegens functioneel leeftijdsontslag niet meer in het onderwijs te werken (R-7, R-14), terwijl een derde respondent ten slotte aangaf niet meer als lerares te werken, maar een eigen onderwijsbegeleidingsbureau te hebben opgezet om leraren en andere professionals te coachen (R-13).
Terugkijkend op de interviews gaven zeven respondenten aan dat deze interviews een zekere invloed hebben uitgeoefend en wel met name in de vorm van bewustwording. Zo schrijft een respondent:
”Het interview heeft natuurlijk al een flinke poos geleden plaatsgevonden, maar ik weet nog wel dat ik er goede gevoelens aan over gehouden heb. Het heeft bijgedragen aan een enorme bewustwording over het hoe en waarom van dat wat je doet. Stilstaan bij jezelf komt er vaak niet van, maar ten tijde van het interview ontkwam ik daar niet aan” (R-4; vgl. R-6; R-7, R-8, R-15, R-18).

Een andere respondent schreef in dit kader:

“Je vraagt wat je interview mij gebracht heeft. Ik moest even graven in mijn gedachten, maar weet weer wat ik toen dacht en voelde: Het verwoorden van hoe ik werk, en dus van wie ik ben, sterkte mij om op deze wijze door te gaan. Ik voelde van binnenuit dat ik goed bezig ben en dat dit voor mij de enige weg is die mij (en de leerlingen) geluk en voldoening schenkt. Het was dus ook een reflectiemoment voor mijzelf” (R-17).

Het interview heeft voor deze respondent duidelijk bijgedragen aan een versterkt zelfwaardegevoel en vervolgens aan een versterkte beroepsmotivatie. Bovendien laat dit citaat zien hoe de anderbetrokkenheid goed samen kan gaan met een gezonde vorm van zelfverwerkelijking.

Alle achttien respondenten konden zich ten slotte goed herkennen in de meegestuurde schets van hun persoon op grond van de interviews. In het verlengde van de derde terugkoppeling kreeg de respondent (R-17) die uitgekozen was voor de uitvoerige biografische schets (zie 6.3) deze analyse ook ter informatie en beoordeling voorgelegd. Afgezien van een paar kleine opmerkingen (die ik deels verwerkt heb) kon zij zich goed in deze analyse vinden, getuige haar slotzin: “Dank voor je mooie beschrijving van mijn wezen!”.

Nieuwe reactie inzenden

Ardi Mommers

analist / adviseur bedrijfsvoering en infrastructuur
0348 74 41 15