U bent hier

Lege kerkbanken, volle schoolbanken

De kerkbanken stromen leeg. Al decennia achtereen seculariseert Nederland en deze ontwikkeling lijkt voorlopig nog niet tot stilstand te komen. Zo is het aantal Nederlanders dat zich niet tot een kerkelijke gezindte rekent historisch laag en blijkt slechts een op de zes Nederlanders nog regelmatig een religieuze dienst te bezoeken. Grote gevolgen voor de aantrekkelijkheid van het confessioneel basisonderwijs lijkt dit echter niet te hebben: al jarenlang gaat de overgrote meerderheid van de kinderen naar een school met levensbeschouwelijke grondslag. Bovendien blijft de verhouding leerlingen naar schooldenominatie nagenoeg onveranderd, zo blijkt uit onderstaande analyse.

In alle schooljaren gaat ruwweg een derde van de basisschoolleerlingen naar een rooms-katholieke school, iets meer dan een kwart volgt onderwijs op een protestantse school (inclusief gereformeerd en reformatorisch onderwijs), en drie tiende bezoekt een openbare school. Minder dan een tiende volgt onderwijs op een algemeen bijzondere school (inclusief antroposofisch) of een ander type bijzondere school (hoofdzakelijk samenwerkingsscholen en islamitische scholen).

Figuur 1 - Aantal leerlingen basisonderwijs naar schooldenominatie per schooljaar

Bron: DUO Open Onderwijsdata, bewerking Verus

Natuurlijk kunnen er kanttekeningen worden gezet. Zo zegt de denominatie nog niets over de wijze waarop de religieuze grondslag van de school tot uiting komt. Dit kan meer of minder nadrukkelijk zijn, meer of minder traditioneel van aard enzovoorts. Kortom, de ene school van een bepaalde richting is de andere niet. Ook kan het aanbod van scholen (en hun denominaties) een factor zijn: zo is de keuze in steden doorgaans groter dan in dorpen.

Gezien de grote stabiliteit en de omvang van het confessioneel onderwijs kunnen we echter niet anders concluderen dan dat dit type scholen blijvend aanspreekt. Uit onderzoek van de Universiteit Maastricht (2016) blijkt ook dat de denominatie van een school nog altijd een belangrijk keuzemotief is voor ouders.

Grote regionale diversiteit

Het Nederlandse onderwijsstelsel kent (nog afgezien van de verschillende varianten samenwerkingsscholen) veertien verschillende denominaties. Deze variëteit lijkt te voorzien in sterk verschillende regionale behoeften: wanneer we voor het gemak weer kijken naar de vijf hoofdrichtingen, dan zien we enorme verschillen tussen provincies.

Figuur 2 laat voor 2017/2018 zien dat de protestants-christelijke scholen (wederom inclusief gereformeerde en reformatorische scholen) met name populair zijn in Friesland en Zeeland: bijna de helft van de leerlingen volgt onderwijs op deze scholen. Overigens gaat het in Zeeland voor een belangrijk deel ook om reformatorisch onderwijs. Rooms-katholiek onderwijs is met name in Noord-Brabant en Limburg populair: meer dan zes tiende van de leerlingen in Brabant en drie kwart van de leerlingen in Limburg gaat naar RK-scholen. Openbaar onderwijs is met name groot in Groningen en Drenthe, ongeveer de helft van de leerlingen gaat naar openbare scholen.

Figuur 2 - Aantal leerlingen basisonderwijs naar schooldenominatie per provincie, huidig schooljaar (2017/2018)

Bron: DUO Open Onderwijsdata, bewerking Verus

Regionale verschuivingen

Hoewel de leerlingverdeling naar schooldenominaties landelijk zeer stabiel blijkt, zoals we zagen in Figuur 1, zien we op provincieniveau wel een aantal verschuivingen optreden. Figuur 3 laat per provincie voor rooms katholiek, protestants-christelijk (inclusief reformatorisch en gereformeerd) en openbaar onderwijs de verandering in het leerlingaandeel zien, tussen schooljaren 2011/2012 en 2017/2018.

Het rooms-katholiek onderwijs is met name in Friesland en Groningen relatief sterk gegroeid (+2 procentpunt aandeel), terwijl de RK-scholen het relatief moeilijk hebben gehad in Zeeland (-3 procentpunt), Noord-Brabant en Limburg (beide -2 procentpunt). De protestants-christelijke scholen hebben vooral een sterke periode doorgemaakt in de provincies Drenthe en Zeeland (beide +2 procentpunt). In Zuid-Holland is het aandeel van de PC-scholen daarentegen vrij sterk gedaald (-2 procentpunt). Het openbaar onderwijs blijkt in geheel Noord-Nederland in omvang te dalen: in Friesland, Groningen en Drenthe daalde het aandeel tussen de 2 en 5 procentpunt.

Figuur 3 - Ontwikkeling leerlingaandelen RK, PC en openbaar basisonderwijs tussen 2011/2012 en 2017/2018

Bron: DUO Open Onderwijsdata, bewerking Verus

Benieuwd naar uw school(bestuur)?

Bent u naar aanleiding van deze cijfers benieuwd geraakt naar de ontwikkeling in het aandeel van uw school(bestuur) en/of de scholen in uw gemeente(n)? Of heeft u interesse in meer verdiepende cijfers naar denominaties? Mijn collega’s en ik helpen u graag om zaken in het juiste perspectief te plaatsen. Zo kunnen wij een omgevingsanalyse voor u uitvoeren naar de leerlingontwikkeling van uw school/scholen in relatie tot de collegascholen in de omgeving. Ook behoren doorrekeningen naar de toekomst tot de mogelijkheden: onze leerlingprognoses helpen onder meer bij uw strategische personeelsplanning en huisvestingsvraagstukken. Richt uw vragen aan planning@verus.nl!

Nieuwe reactie inzenden

Ardi Mommers

analist / adviseur bedrijfsvoering en infrastructuur
0348 74 41 15