U bent hier

Beoogde nieuwe bekostiging vo: twee derde Verusleden ziet meer dan 150.000 euro verschil

Het wetsvoorstel dat de bekostiging in het voortgezet onderwijs minder complex moet maken, ligt bij de Tweede Kamer. De gevolgen van de nieuwe bekostiging verschillen sterk per bestuur en kunnen fors zijn. Wij doken voor u in het door OCW gepubliceerde bestand met de indicatieve effecten op de bekostiging per bestuur.

Waarschijnlijk heeft u al het een en ander over de wijzigingen gelezen bij de VO RaadWeliswaar komen er overgangsregelingen om de landing wat te ‘verzachten’ (een algemene overgang om naar de nieuwe situatie toe te groeien en een specifieke regeling voor besturen die het zwaarst worden getroffen), maar voor sommige besturen zal het even slikken zijn.

OCW publiceerde een bestand met de indicatieve effecten op de bekostiging per bestuur. ‘Indicatief’ omdat de effecten nog niet gecorrigeerd zijn voor de overgangsregelingen en nog gebaseerd zijn op de leerlingtelling van oktober 2018.

Verschil voor meeste besturen maximaal 150 duizend euro

Figuur 1 laat zien dat de gevolgen van de bekostigingswijzigingen voor veel vo-besturen die aangesloten zijn bij Verus maximaal 150 duizend euro (zowel stijging als daling) bedraagt. Ongeveer één op de drie besturen valt in deze categorie. Voor twee derde van de besturen betekent dit dus grótere financiële gevolgen. Bijna één op de vijf besturen gaat er meer dan 300 duizend euro op achteruit (twee besturen zelfs meer dan 8 ton), ongeveer één op de zeven besturen ziet de bekostiging meer dan 300 duizend euro groeien.

Figuur 1 – Indicatieve financiële effecten (ongecorrigeerd) van nieuwe bekostigingssystematiek, aantallen besturen (Verus-leden)

Bron: Rijksoverheid, bewerking Verus

Veel besturen met grote procentuele stijging

Hoe groot de impact is van een dalende of stijgende bekostiging is natuurlijk sterk afhankelijk van de omvang van het bestuur. Meer dan 300 duizend euro groei of daling heeft binnen een klein bestuur (exclusief overgangsregelingen) uiteraard veel meer impact dan binnen een groot bestuur. Om deze reden zijn de absolute effecten van de nieuwe systematiek (in euro’s) in Figuur 2 omgezet in relatieve effecten (procentueel ten opzichte van de bestaande systematiek).

De relatieve effecten laten een iets ander beeld zien. Met name valt op dat er weinig (bij Verus aangesloten) vo-besturen zeer sterk op achteruit gaan. Slechts bij drie Verus-leden daalt de bekostiging met meer dan 3 procent. Wel zijn er relatief veel besturen met een verwachte daling in de bekostiging tussen de 1 en 3 procent. Er zijn ook volop besturen voor wie de beoogde nieuwe bekostigingssystematiek gunstig uitpakt. Het aantal besturen met een geschatte groei in de bekostiging van méér dan 3 procent is zelfs opvallend groot (37 besturen in totaal, oftewel een kwart van de vo-besturen aangesloten bij Verus).

Figuur 2 – Procentuele verandering in bekostiging onder nieuwe systematiek (ongecorrigeerd), naar aantallen besturen (Verus-leden)

Bron: Rijksoverheid, bewerking Verus

Sterke daling vooral bij grotere besturen

Er zijn dus flink meer (bij Verus aangesloten) besturen die er relatief sterk op vooruitgaan dan besturen die erop achteruitgaan. Ook onder het totaal aan vo-besturen in Nederland (al dan niet lid van Verus) zien we dit beeld. Toch zijn de beoogde wijzigingen volgens minister Slob budgetneutraal. Hoe dit kan zien we in Figuur 3, waarin de bekostigingseffecten per bestuur zijn uiteengezet naar bestuursomvang.

De figuur laat zien dat vrijwel alle besturen met een dalende bekostiging van meer dan 1 procent middelgrote tot grote besturen zijn (vanaf 1000 vo-leerlingen). Omgekeerd zien we opvallend veel kleine besturen zijn met een forse (procentuele) groei in de bekostiging. Kortom: doordat er veel grote besturen zijn met een (lichte tot behoorlijke) daling in de bekostiging kunnen er veel kleine besturen (licht tot sterk) op vooruit gaan.

Figuur 3 – Procentuele verandering in bekostiging onder nieuwe systematiek, naar omvang besturen (Verus-leden)

Bron: Rijksoverheid, bewerking Verus

Sparren over uw financieel beleid?

De gevolgen van de nieuwe bekostigingssystematiek kunnen, overgangsregeling of niet, op termijn grote impact hebben op uw financiën. Niet alleen een daling in de bekostiging, maar óók groeiende inkomsten kunnen aanleiding zijn voor een heroriëntatie op de financiële huishouding. Wilt u hierover doorpraten met één van onze financieel adviseurs? Of hebt u in algemene zin behoefte aan een sparringspartner op financieel terrein? Neem dan contact met ons op!

 

Reacties

Door G. van der Beek op 16 jan 2020 | 16:39

Mooi inzichtelijk overzicht zo.
Ik behoor tot zo'n klein bestuur (1 VO-school mavo-havo-vwo van ruim 1200 leerlingen) dat er uiteindelijk ongeveer € 300.000 op vooruit gaat.
Om het in de termen van het begin van het stuk te zeggen: ik moet al meer dan 25 jaar slikken dat ik structureel minder geld krijg dan een vergelijkbare school die toevallig als locatie onderdeel uitmaakt van een brede scholengemeenschap. Die onrechtvaardigheid wordt nu eindelijk, na heel veel jaren, rechtgetrokken, met een langjarige overgangsperiode en een flankerend beleid voor geïsoleerde scholen en kleine brede scholengemeenschappen. De oplossing die er nu eindelijk is, vind ik evenwichtig en zorgvuldig.
Omdat alles (helaas) budgettair neutraal moet, gaan er natuurlijk ook scholen/besturen op achteruit. Omdat iedereen went aan bestedingspatronen op basis van de hoeveelheid geld die je krijgt, snap ik wel dat het voor die besturen even slikken is. Maar anderzijds: ik heb meer dan 25 jaar moet slikken bij een systeem dat in wezen niet rechtvaardig was. Dat is lastiger slikken dan een achteruitgang op basis van een eerlijkere systematiek.

Gijsbert van der Beek, rector van het Altena College in Sleeuwijk

Nieuwe reactie inzenden

Ardi Mommers

analist / adviseur bedrijfsvoering en infrastructuur
0348 74 41 15