U bent hier

Meer ruimte voor ongelijke kansen

Jan Westert, voorzitter LVGS

Sociale ongelijkheid in het onderwijs staat weer stevig op de agenda. Daar heeft de onderwijsinspectie met de Staat van het Onderwijs voor gezorgd. De bewindslieden van onderwijs vinden deze ontwikkeling zorgelijk. Wat moeten ze ook anders? Ik zou zeggen niet alleen naar anderen wijzen, maar ook in de spiegel kijken. Het onderwijsbeleid stimuleert sociale ongelijkheid. Die ruimte zal alleen maar toenemen.

In de Staat van het Onderwijs drukt de onderwijsinspectie ons weer eens met de neus op de kansongelijkheid in het onderwijs. Leerlingen van laagopgeleide ouders zitten in toenemende mate op minder goede scholen, terwijl leerlingen van hoger opgeleide ouders vaker naar beter scholen gaan. 

Ongelijkheid keren

De uitdaging is om de toenemende ongelijkheid te keren. Kinderen met dezelfde talenten moeten dezelfde kansen krijgen. Daar ben ik het hartgrondig mee eens. Als representant van de gereformeerde onderwijsrichting past mij ook geen andere conclusie. Dat is wat we vanuit onze mensvisie beogen. 

Elk kind doet er toe, elk kind heeft talent. Zo richten we het onderwijs in. Zo hebben we oog voor elk kind dat deze scholen bezoekt. Zo proberen leraren elk kind mee te nemen en te vormen. Ik denk dat dat nog veel beter kan, want de aandacht is juist vaak gericht op de kinderen en leerlingen die kwetsbaar zijn, of achterstand hebben. Terwijl ook het talent van de kinderen die meer kunnen best een extra accent mag krijgen. 

Maar het is de vraag of scholen en leraren niet worden overvraagd om met beschikbare middelen elk talent op het eigen niveau te laten ontwikkelen. Het Nederlandse onderwijs kost veel, maar ten opzichte van het buitenland lopen we achter. 

Wie het bedrag per leerling in het primair onderwijs vergelijkt met het vervolgonderwijs, constateert dat er wel een tandje bij kan. Ik heb dus ook niet zoveel met een zorgelijke blik van bewindslieden bij de toegenomen ongelijkheid. Natuurlijk spelen leraren in hun schooladvies een belangrijke rol, maar het onderwijsbeleid bevordert zelf sociale ongelijkheid.

Talentmaximalisatie

Het onderwijs wordt ingericht op presteren, toetsen en het behalen van cito-scores en opbrengsten. Zo jaagt het onderwijsbeleid zichzelf op ter wille van de economische doelstellingen. Richt het onderwijs zich niet te eenzijdig op talentmaximalisatie? Het debat over ‘excellente scholen’ laat zien hoe eenzijdig die term wordt gedefinieerd. Juist talentontwikkeling is een breed begrip, zeker vanuit een levensbeschouwelijke mensvisie. 

Vooral goed opgeleide ouders zijn zich bewust van het belang van de schoolcarrière van hun kind. Er wordt volop geïnvesteerd in extra huiswerkbegeleiding, toets- en examentrainingen. Wie het kan betalen koopt een ‘perfect trainingsaanbod’ voor zijn kind in. 

De toegankelijkheid van deze instrumenten hebben echter ook alles te maken met de portemonnee van de ouders. Bewindslieden die sociale ongelijkheid willen tegengaan, kunnen hier hun eerste verantwoordelijkheid nemen. En ik vrees dat de huidige vorm van studiefinanciering met een paar jaar ook een verdere ongelijkheid zal stimuleren, omdat de portemonnee van de ouders weer belangrijker wordt. 

De toegenomen kansongelijkheid heeft veel te maken met een toenemende tweedeling in de samenleving. Die gevolgen zien we terug in het onderwijsbeleid en de effecten daarvan worden zichtbaar in Staat van het Onderwijs. 

Meer ruimte, meer ongelijkheid? 

Ook scholen spelen met categorale gymnasia en allerlei excellentie programma’s in op de trend van ‘talentontwikkeling’. Die lijn wordt nog verder versterkt. Staatssecretaris Dekker komt met Meer ruimte voor scholen. Hij schaft het begrip ‘richting’ af om ruimte te geven aan nieuw op te richten scholen met nieuwe onderwijskundige en pedagogische visies. 

Ik denk dat die ruimte er toe zal leiden dat de ongelijke kansen in het onderwijs verder worden bevorderd. Het biedt kansen voor nieuwe scholen. Niet voor niets komt de hockeyschool dan voorbij als signaal voor de ontwikkeling van elitescholen. Ouders die toegang hebben tot kennis en middelen hebben een voorsprong om de mogelijkheden van meer ruimte te benutten. Goed opgeleide ouders zijn in staat hun voorsprong ten opzichte van de laagopgeleide ouders te vergroten. 

Bovendien zullen nieuwe scholen leiden tot verschraling van het aanbod van het onderwijs in bestaande scholen. De markt van leerlingen groeit immers niet. Hetzelfde aantal leerlingen wordt herverdeeld met alle gevolgen van dien voor de mogelijkheden van scholen. Het debat over het wetsvoorstel Meer ruimte voor scholen mag wat mij betreft ook in dit opzicht wel een spa dieper worden gevoerd. Meer ruimte voor nieuwe scholen betekent meer kans op ongelijke kansen in het onderwijs.

Nieuwe reactie inzenden