U bent hier

Kansen door de crisis: Gert Biesta over de leraar als kunstenaar

De crisis is in de eerste plaats toch vooral dat: een heftige periode van ongekende omvang. Toch zitten er ook positieve elementen aan die ons ook daarna nog kunnen dienen. In een serie blogs bespreekt Verus de kansen die wij zien ontstaan. Deze keer zoomt Gert Biesta in op het kunstenaarschap van de leraar.

De coronacrisis is niet alleen een onderbreking van het normale, maar maakt tegelijkertijd zichtbaar wat we eigenlijk als normaal (zijn gaan) beschouwen. Naast alle reële ellende die het virus veroorzaakt, kunnen we daarom eigenlijk ook dankbaar zijn voor wat ons is overkomen. Het virus dwingt ons er namelijk toe onze prioriteiten kritisch tegen het licht te houden en na te gaan welke aspecten van het ‘normale’ wezenlijk zijn en welke eigenlijk niet; een vraag waar we in de drukte en haast van alledag vaak niet aan toekomen. 

Kampeerervaring

In die zin is het woord ‘crisis’ op zijn plaats, omdat in het Grieks ‘crisis’ niet verwijst naar chaos maar naar beslissende momenten die om een oordeel vragen. De coronacrisis lijkt, zo bezien, wel een beetje op de ‘kampeerervaring’: ineens kom je erachter met hoe weinig spullen je eigenlijk toe kunt. Sommige kampeerders nemen zich voor om bij thuiskomst de kasten eens flink uit te mesten. Maar vaak blijft het bij goede voornemens en vallen we, als we thuis zijn, weer snel terug op de routine van ervoor.

In het onderwijs is deze dynamiek ook volop aan de gang. Nu de bestaande routines en praktijken abrupt zijn onderbroken, worden we gedwongen om tastenderwijs een andere manier van werken te ontwikkelen. Daarmee beginnen we niet alleen veel beter zicht te krijgen op wat wezenlijk is en wat niet. We krijgen ook een perspectief op het ‘normale,’ op de manier waarop het onderwijs tot nu toe is gegaan.

Via Zoom of Skype

We merken bijvoorbeeld dat het best mogelijk is om met expliciete leerdoelen, opdrachten en toetsen leerlingen ‘aan het werk’ te houden – tenminste die leerlingen die over de benodigde technologie beschikken en thuis rust, tijd en ruimte hebben. Maar we merken ook dat het knap lastig is om via Zoom of Skype een pedagogische atmosfeer te creëren waarin leerlingen kunnen gedijen en waarin de impliciete kant van het leraarschap zijn werk kan doen: de bemoedigende blik, het betekenisvolle zwijgen, de snelle glimlach.

Er zijn nogal wat leraren die zich onthand voelen in de nieuwe situatie. Dat gevoel is enerzijds begrijpelijk, maar zegt ook iets over de manier waarop het onderwijs zich in de afgelopen decennia heeft ontwikkeld en wat dat met de leraar en diens vakmanschap heeft gedaan.

Vanuit een terechte zorg om ieder kind een kans op goed onderwijs te bieden, is het accent de afgelopen decennia meer en meer verschoven van de leraar en diens vakmanschap naar het functioneren van het onderwijssysteem als geheel. Het onderwijs is meer en meer een goed geolied systeem geworden waarin meetbare opbrengsten, efficiëntie en effectiviteit en ‘bewijs’ over ‘wat werkt’ centraal staan, met een afrekencultuur en een enorme papierwinkel tot gevolg. Daarin wordt de leraar weliswaar als een belangrijke ‘factor’ gezien, maar dan toch eerder als een radertje in de machine dan als een denkende en oordelende inventieve professional. 

Ontwenningsverschijnsel

De paradoxale uitkomst is dat met de ambitie om het onderwijssysteem professioneler te laten functioneren, de professionaliteit van de leraar zelf nogal is uitgehold. Leraren zijn zo afhankelijk gemaakt van systemen, dat je bijna van een verslaving kunnen spreken, en daarmee het gevoel van onthand zijn als een ontwenningsverschijnsel kan duiden. Dat verklaart misschien ook de neiging om zo snel mogelijk terug te willen gaan naar het ‘oude normaal,’ of om online onderwijs vooral volgens de logica van dat oude normaal vorm te geven.

Wat leraren in de achterliggende weken echter ook beginnen te ontdekken – individueel en collectief – is dat ze veel meer kunnen dan ze wellicht dachten en dat ze, onder verwijzing naar het principe van ‘nood breekt wetten’, ook meer ‘mogen,’ of dat ze simpelweg meer handelingsruimte nemen dan er eerder beschikbaar leek te zijn. Daarmee begint de coronacrisis kansen te bieden voor een andere vorm van leraarschap. Niet de leraar als technische professional die met wetenschappelijk bewezen interventies de vereiste leeropbrengsten genereert, maar de leraar als normatieve, onderwijspedagogische professional die begrijpt dat de belangrijkste uitdaging erin zit – en het meest boeiende van het leraarschap – in steeds nieuwe situaties goed onderwijs tot stand proberen te brengen.

Scheppend vermogen

We kunnen dat benoemen als het vakmanschap van de leraar, maar misschien is kunstenaarschap nog wel een betere term. Net als musici, acteurs en dansers hebben leraren kennis, kunde en ervaring en hebben ze ideeën over waar het in hun kunstvorm om draait – ze werken, anders gezegd, met een oriëntatie. Maar of ze daarmee in deze concrete situatie, in deze klas, met deze leerlingen, op deze dag goed onderwijs kunnen creëren, staat altijd weer op het spel, net zoals dat het geval is bij muziek, toneel en dans. Dat vraagt namelijk niet alleen om kennis, kunde, ervaring en oriëntatie maar ook om inventiviteit: het scheppende vermogen om steeds weer opnieuw goed onderwijs te maken. En wat dat nog mooier en complexer maakt, is dat de leerling, anders dan bij de podiumkunsten, geen toeschouwer is, maar uitgedaagd en aangespoord wordt om deelnemer te zijn.

Het coronavirus heeft de deur naar zo’n andere vorm van leraarschap wat verder opengezet. Het zou jammer zijn als die deur te snel weer ‘op slot’ zou gaan.
 
Onderwijspedagoog Gert Biesta is wetenschappelijk adviseur van Verus. Hij is hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek, de National University of Ireland at Maynooth en de University of Edinburgh. Zijn meest recente boek is Educational Research: An Unorthodox Introduction.

Reacties

Door De Ruysscher Kris op 11 jun 2020 | 12:44

De Noorse muziekpedagoog J.R. Björkvold hield in zijn boek De Muzische mens al een pleidooi voor wat hij noemde 'de triomf van het ongemak'. Hij dichte die toe aan de zoekende kinder- en jeugdcultuur en aan het spel van kinderen. Maar ik zie wel een samenhang met wat vandaag gebeurt. Opnieuw zien we hoe de creatieve mens het wint op onverwachte en ogenschijnlijk moeilijk te nemen drempels. Veerkracht die het wint van breekkracht: mooi om te zien dat dit kan.

Nieuwe reactie inzenden