U bent hier

Geef ‘de goede leraar’ de ruimte

Jan Westert, voorzitter LVGS

De Onderwijsraad is met het advies over de professionele ruimte voor de leraar gekomen. Bij eerste aanblik dacht ik weer dezelfde belijdenis: “Zet de professional centraal.” Maar niks is minder waar. Het rapport biedt een uitgelezen kans om het gesprek over ‘de goede leraar’ te voeren. Leraarschap is niet primair een gesprek over zeggenschap, uren en regels. Professionele ruimte gaat ook over de drijfveren en idealen van de mens achter de professional. Die insteek spreekt mij aan.

De onderwijsraad levert andermaal een uitstekend advies af. Meestal worden school en leraar tegen over elkaar geplaatst in nota’s over leraarschap en professionele ruimte. Het loopt vervolgens uit op een klaagzang over werkdruk, functiedifferentiatie, contacturen en protocollen. De oplossing is vooral meer geïnstutionaliseerde medezeggenschap. Die aanpak is mij te snel en te smal. Het debat over de leraar duurt ook al een aantal jaren en de instrumentele oplossingen hebben ons niet echt verder geholpen. Het gesprek over ‘de goede leraar’ moet een spa dieper steken. Het rapport van de Onderwijsraad spreekt op een goede manier over de versterking van de ruimte van de leraar. Het staat stil bij het handelingsvermogen van de leraar en definieert het leraarschap vanuit een professionele governance. Professionele ruimte wordt ook beschreven als een subjectief begrip. Niet elke leraar is professional op dezelfde manier. 

Beroepseer

Bij leraarschap gaat het in mijn ogen vooral ook om het teruggeven van beroepseer aan de onderwijsvakman en het honoreren van zijn vakbekwaamheid. Dan is er ook aandacht nodig voor het pedagogische aspect van de vakman. 

Dat is meer dan een set competenties. Het gaat ook om eigenschappen die meegedragen worden vanuit de persoonlijke drijfveren en idealen. Je kunt denken aan aspecten als zorg, respect, aandacht, liefde en authenticiteit. De onderwijsvakman werkt aan de ontwikkeling van mensen. De waardering voor de minder instrumentele eigenschappen bepalen zijn gezag en dragen sterk bij aan zijn professionaliteit. Die eigenschappen versterken de professionele beroepseer en zijn tamelijk bepalend voor de manier waarop je tegen over de goede leraar spreekt. 

Eigenaar- en leiderschap

De Onderwijsraad belicht juist de professionele governance, die bij professionele ruimte hoort, op een uitstekende wijze. Professionele ruimte betekent dat de leraar eigenaarschap moet kunnen beleven. Die term wordt in het ‘bureaucratisch managementjargon’ meestal niet gebezigd, ze wordt  te snel vertaald in instrumentele oplossingen. Terecht gaat het bij eigenaarschap allereerst over de leraar die op zijn eigen werk invloed kan uitoefenen, zowel qua inhoud als organisatie. 

Professionele governance gaat ook het gesprek over de drijfveren en idealen van de mens achter de professional, niet uit de weg. In mijn termen gaat het dan ook vooral over de immateriële waarden die de beroepseer van de onderwijsvakman bepalen. Leraarschap is immers ook het overbrengen van persoonsvormende aspecten aan leerlingen. Professionele ruimte moet daar aandacht voor hebben.  De Onderwijsraad wijst er terecht op dat het persoonlijk leiderschap van de leraar en zijn handelingsvermogen er toe doen. 

Ik wens het onderwijsveld toe, dat het de tijd neemt voor reflectie op dit rapport. Meestal wordt te snel gegrepen naar het instrumentaliseren van zo’n rapport met stoere nieuwe regels over zeggenschap, minder uren of een politiek pleidooi voor minder werkdruk. Met de verkiezingen in aantocht is dat gevaar de komende maanden volop aanwezig. 

Uiteraard zijn die aspecten van belang, maar de professionele ruimte gaat dieper. Het is allereerst een organisatievraagstuk en vraagt om innovatie op de onderwijswerkvloer. Bovendien zijn niet alleen de Haagse regels beperkend voor de regelruimte van de docent, maar zijn het ook conservatieve cao-bepalingen en de organisatiecultuur die vaak het handelingsvermogen van de leraar in de weg zijn gaan staan. 

Ik hoop dat het advies van de Onderwijsraad vooral wordt benut om het echte gesprek over ‘de goede leraar’ te voeren. Dat komt de waardering voor zijn vakmanschap echt ten goede. 

Jan Westert is voorzitter van het LVGS, de besturen- en profielorganisatie voor het gereformeerd onderwijs

Nieuwe reactie inzenden