U bent hier

Thuisbezoek: welke school gaat nog op huisbezoek?

Hoe thuisbezoek in het onderwijs de band met ouders versterkt

Verus hecht veel waarde aan de school als gemeenschap van docenten, leerlingen én hun ouders. Huisbezoek is een mooi en krachtig middel om die gemeenschap te versterken. Veel medewerkers van Verus bewaren goede herinneringen aan de huisbezoeken die ze deden, toen ze nog zelf voor de klas stonden. Maar hoeveel scholen doen tegenwoordig eigenlijk nog aan huisbezoek? Wat zijn hun ervaringen daarmee? Wat zijn de belangrijkste knelpunten, en hoe kunnen we scholen daarin tegemoetkomen?

Met die vragen begonnen we bij Verus afgelopen jaar aan een groot onderzoek naar huisbezoek. Ook namen we diepte-interviews af bij diverse scholen en deskundigen. Onderweg besloten we over te stappen op de term ‘thuisbezoek’. Voor we uitleggen hoe dat zit, nemen we je mee naar het begin van ons verhaal.

Lees ook het volledige onderzoeksrapport en de diepte-interviews die we deden met zeven scholen, vier Verus adviseurs, pedagoog Mariëtte Lusse en directeur Peter Hulsen van Ouders & Onderwijs. Die documenten vormen de basis voor dit verhaal.

Elk vuur begint met een vonk. Dat geldt ook voor het vurige pleidooi dat we als Verus vorig jaar hielden voor huisbezoek. Die vonk sloeg over tijdens een bezoek aan een schoolbestuur, in mei 2015. Walter Wassenaar, onze directeur Verenigingszaken, hoorde daar een verhaal dat hem raakte. “In de zomer van 2013 werd – nog tijdens de zomervakantie – een jongetje dood gevonden. Dat was een grote schok voor de gemeenschap, maar ook voor de school waar hij leerling was. Pas na zijn dood kwamen verhalen los over de schrijnende omstandigheden waarin dat jongetje opgroeide. De school had daar geen idee van. Tijdens ouderavonden en tienminutengesprekken met de ouders op school leek alles koek en ei. Maar de werkelijkheid thuis bleek er heel anders uit te zien.” 

Het was tijdens dit gesprek dat het woord ‘huisbezoek’ viel, herinnert Wassenaar zich. “De school realiseerde zich dat het ontzettend belangrijk is om te weten hoe de leefwereld van de leerlingen eruitziet. Waar groeien ze op, en hoe? Een kind is meer dan alleen de leerling op school. In het verleden gingen docenten van deze school op huisbezoek. Dat was ergens opgehouden, om welke reden dan ook. Nu beseften ze: huisbezoek is misschien zo gek nog niet.” Onder de indruk van het verhaal schoof Wassenaar een dag later aan bij een vergadering over Verus 2015, het landelijke evenement van de vereniging, dat voor de deur stond. “We wilden daar de fusie met de VKO vieren. Maar het verhaal van de overleden leerling herinnerde ons eraan dat het in het onderwijs niet draait om bestuurlijke fusies, maar om de kinderen. En om hun school als gemeenschap. Hun thuis, en hun ouders, horen daarbij. We besloten dat nadrukkelijk bij ons verhaal te betrekken.”

Pleidooi voor huisbezoek en onderzoek

Voorzitter Wim Kuiper hield vervolgens tijdens zijn toespraak een pleidooi voor huisbezoek: “Bij de grote compassie voor kinderen en ouders op onze scholen hoort het je willen verdiepen in de huiselijke leefwereld van de kinderen. Door de bezoeken komen onzichtbare ouders in beeld en wordt de thuissituatie duidelijker. Dat is winst voor school én kind. Ik pleit ervoor dat we meer tijd nemen én krijgen, in het basis- en voortgezet onderwijs om leerling en ouders thuis op te zoeken. Wat mij betreft komt de school wél achter de voordeur!”

Ons pleidooi voor huisbezoek werd opgepakt door diverse media. Een teken dat het verhaal breder leefde in de samenleving. Het moedigde ons aan om het hier niet bij te laten. Tegelijk kregen we signalen dat op veel scholen weerstand was tegen huisbezoek. Met name onder docenten, die de bui al zagen hangen: nóg meer werkdruk. Daarom besloten we grondig onderzoek te laten doen. We vroegen ons af: hoeveel scholen doen nog wél aan huisbezoek? Wat zijn hun ervaringen daarmee? Wat zijn de belangrijkste knelpunten, en hoe kunnen we scholen daarin tegemoetkomen?

Dankzij een enquête die het Sociaal en Cultureel Planbureau in 2012 onder ouders afnam, wisten we al dat de meeste ouders van leerlingen in het basisonderwijs geen huisbezoek meer krijgen. In die enquête gaf 20% van de ouders aan dat de school van hun kind huisbezoeken organiseerde. Het aantal ouders dat zelf de docent thuis op bezoek kreeg, lag veel lager: één op de zeven. Wij vroegen niet alleen de ouders, maar ook docenten en schoolleiders in het basis- én voortgezet onderwijs naar hun ervaringen met huisbezoek. Uit óns onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de ouders zelfs niet eens weet wat een huisbezoek is. Docenten en schoolleiders kennen het fenomeen wel bijna allemaal, maar ruim een derde van de docenten heeft er zelf geen ervaring mee. En van de docenten die wel eens op huisbezoek gaan, doen de meesten dat ‘soms’ of ‘een enkele keer’. Minder dan een kwart van alle docenten gaat ‘regelmatig’ op huisbezoek. Van de ouders die bekend zijn met huisbezoek heeft ruim de helft weleens een docent over de vloer gehad. Van alle ouders bij elkaar is dat iets meer dan een kwart (29%).

Verreweg de meeste ouders hebben dus nog nooit een docent thuis op bezoek gehad. Wat vinden ze daar eigenlijk van? We vroegen ouders, docenten en schoolleiders hoe belangrijk ze huisbezoek vinden. Wat daarbij meteen opvalt, is dat de groep mét ervaring duidelijk meer belang hecht aan huisbezoek dan de groep die er geen ervaring mee heeft. Dat contrast is behoorlijk groot. Ook blijkt dat ouders het meest belang hechten aan huisbezoeken. Zelfs onder ouders die er geen ervaring mee hebben, ligt het percentage dat huisbezoek (heel) belangrijk vindt relatief hoog: 37%. Verderop in het onderzoek valt ook op dat ouders vaker dan docenten en schoolleiders vinden dat huisbezoek een verplicht onderdeel zou moeten zijn.

Ervaring maakt enthousiast

Kennelijk is de behoefte onder ouders aan huisbezoek groter dan de mate waarin scholen daaraan kunnen of willen voldoen. Waar dat mee te maken heeft, daar kijken we straks naar. Eerst staan we stil bij de scholen die wél aan thuisbezoek doen. Vooral bij schoolleiders en docenten valt op dat zij veel enthousiaster zijn over huisbezoek dan wie er geen ervaring mee heeft. Onbekend maakt onbemind, zou je kunnen concluderen. Of, positiever gesteld: wie op huisbezoek gaat, raakt enthousiast. Wij vroegen ons af waarom. Wat levert een huisbezoek de school, ouders en leerlingen eigenlijk op? Welke ervaringen hebben ze met huisbezoek? 

We legden de deelnemers acht stellingen voor over het effect van huisbezoek. De grootste ervaren winst: ‘Door een huisbezoek begrijpen docenten de persoonlijke (thuis)situatie van leerlingen beter’. Daarnaast merken de respondenten dat huisbezoek ‘de relatie verbetert tussen ouders en school’. Andere stellingen die vrij positief scoren, zijn: ‘Door een huisbezoek verbetert de relatie tussen leerlingen en docenten’, ‘krijgen leerlingen meer persoonlijke aandacht’ en ‘zijn ouders meer betrokken bij de school van hun kinderen’. Verder draagt huisbezoek volgens de respondenten enigszins bij aan het creëren van een prettige leeromgeving voor de leerling, en aan zijn gevoel van veiligheid op school en thuis. De enige stelling waar respondenten het overwegend oneens mee zijn, is: ‘Door een huisbezoek verbeteren de schoolprestaties van de leerlingen’. Maar wij hoorden verhalen van diverse scholen, die laten zien dat ook daar winst te boeken is door huisbezoek.

Verhalen over huisbezoek

Wie dus ervaring heeft met huisbezoek, ziet veel positieve effecten en wordt daar enthousiast van. En wij ook. Huisbezoek draait om veel meer dan het ontdekken van schrijnende thuissituaties. Hoe erg die ook zijn: voor veel scholen zijn dat de uitzonderlijke verhalen, die in de regel niet vaak voorkomen. Het zijn juist de vele positieve effecten voor élke leerling en voor élke ouder, waar ouders, docenten en schoolleiders enthousiast van worden. Dat blijkt ook uit de diepte-interviews die we afnamen met zes scholen die ervaring hebben met huisbezoek. Stuk voor stuk deelden de schoolleiders hun positieve ervaringen, en steeds weer hoorden we dat ze absoluut niet van plan waren om met huisbezoek te stoppen. Dat het best een forse investering is van de kostbare tijd, maar dat het dat dubbel en dwars waard is.

Thuisbezoek?
Meestal wordt in het onderwijs gesproken over ‘huisbezoek’. Verus kiest voortaan voor het begrip ‘thuisbezoek’. ‘Huisbezoek’ wordt in andere sectoren vaak ingezet als middel voor controle. ‘Thuisbezoek’ wordt vaker in verband gebracht met dienstverlening aan huis. Verus wil met de term ‘thuisbezoek’ benadrukken dat het doel is om de band met leerlingen en hun ouders te versterken door persoonlijke interesse in hun leefwereld. Vanaf dit punt in ons verhaal gebruiken we daarom ‘thuisbezoek’.

Leerlingen beter begrijpen

Laten we eens luisteren naar het verhaal van De Verrekijker, een Jenaplan basisschool in Den Helder. Ellis Swagerman was daar de afgelopen jaren directeur. Zij vertelt: “Thuisbezoek helpt ons om het gedrag van onze leerlingen beter te begrijpen en erop in te spelen. Soms zie je tijdens een thuisbezoek bijvoorbeeld dat een leerling met vier broertjes en zusjes één slaapkamer deelt of dat radio en televisie constant aan staan in huis. Dan begrijp je ineens waarom zijn huiswerk nooit afkomt. En wanneer je in een strak en kaal ingericht huis terechtkomt, zonder speelgoed, begrijp je beter waarom die leerling op school overal aan wil zitten. Vervolgens kunnen we hierover het gesprek aangaan met de ouders, en samen op zoek gaan naar wat het beste is voor het kind.” 

Ook Frans Coehorst, directeur van de locatie Vlierstraat van het Bonhoeffer College in Enschede, merkt dat hij door thuisbezoek een beter beeld krijgt van de leerlingen: “Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van armoedeproblematiek, proberen leerlingen en hun ouders dat vaak te verbergen. Maar armoede komt nooit alleen: je ziet vaak dat er dan ook spanningen zijn in het gezin, en conflicten. Soms is er zelfs sprake van psychosociale problematiek. Als je bij de leerling thuis komt, krijg je daar meer zicht op en kun je hem beter begeleiden als docent. Je kunt dan bijvoorbeeld beter plaatsen waarom die leerling zich op school niet goed kan concentreren. En als het nodig is, kun je daardoor ruim op tijd ondersteuning inschakelen, om schooluitval te voorkomen.”

Sterkere band tussen school en ouders

Het tweede grote effect van thuisbezoek is volgens ons onderzoek dat het de relatie tussen ouders en school versterkt. Directeur Jantien Versteeg van Katholieke Basisschool Seb@stiaan in Apeldoorn vertelt zelfs dat haar school jaren geleden nog maar nauwelijks contact had met een grote groep ouders. Totdat de leerkrachten besloten op thuisbezoek te gaan. “Door zelf naar de ouders toe te gaan, is de ouderbetrokkenheid enorm verbeterd. De opkomst bij ouderavonden is beter geworden, en we merken vooral dat we makkelijker met de ouders in gesprek raken over moeilijk bespreekbare dingen. Zoals wanneer het kind ergens moeite mee heeft, niet luistert of iets doet wat niet mag. Het lukt nu beter om samen met de ouders één lijn te trekken, in het belang van het kind. Door goed contact voorkomen we dat we in conflict tegenover de ouders komen te staan.”

Ook directeur Murko Greidanus van protestants-christelijke basisschool De Palm in Elim (bij Hoogeveen, Drenthe) merkt dat thuisbezoeken hem veel opleveren in het contact met ouders. Veel meer dan wanneer dat contact vooral zou plaatsvinden tijdens de tienminutengesprekken op school. “In zo’n kort gesprek kun je ouders niet alles even goed duidelijk maken, zoals hoe een cijfer of een Cito-uitslag tot stand komt. Of ze vinden dat hun kind te veel of juist te weinig huiswerk meekrijgt. Thuis op bezoek kun je dat beter uitleggen. Een leerkracht is in die setting meer geneigd om het schoolse jargon te vertalen naar gewone-mensen-taal. Daardoor voorkom je uiteindelijk veel conflicten. Je bouwt vertrouwen en goodwill op, en dat betaalt zich dubbel en dwars terug: je hoeft niet achteraf allerlei brandjes te blussen.”

Betere prestaties door thuisbezoek

Met thuisbezoek schep je als school dus vertrouwen, en leer je de leerling beter kennen. Maar er is meer. Hoewel de meeste deelnemers aan ons onderzoek denken dat thuisbezoek niet veel bijdraagt aan de schoolprestaties, hoorden we tijdens de interviews een ander verhaal. Zo stelt onderwijsteamleider Tamara Breur van vmbo-school Calvijn Juliana in Rotterdam: “Voor een geslaagde schoolcarrière is het heel belangrijk dat ouders betrokken zijn bij hun zoon of dochter. Thuisbezoek is een laagdrempelige manier om te investeren in een goede relatie met de ouders en legt de basis voor positieve ouderbetrokkenheid.” Rector Carla Faassen van het Beekvliet Gymnasium in Sint-Michielsgestel vertelt: “De band tussen leraar en leerling is bij ons heel sterk. Dat komt zeker ook door het thuisbezoek. Daardoor kunnen we leerlingen beter begeleiden en is de afstroom bij ons veel lager dan bij andere gymnasia.” En Murko Greidanus van pcbs De Palm in Elim merkt: “Wanneer je interesse toont voor het verhaal van de ouders, raken zij ook meer geïnteresseerd in hoe het op school gaat met de kinderen. Ze worden positiever over school en daardoor gaan de kinderen beter hun best doen.”

Spring naar 3 minuut 19.

Kennismakingsgesprekken succesvol instrument

Om een nóg beter beeld te krijgen van het effect van thuisbezoek, deden we ook diepte-interviews met een aantal deskundigen. Pedagoog Mariëtte Lusse deed promotieonderzoek op verschillende Rotterdamse vmbo-scholen naar hoe het verbeteren van contact tussen ouders kan bijdragen aan preventie van schooluitval. Met name het kennismakingsgesprek tussen school, leerling en ouders - aan het begin van de schoolcarrière van de leerling - is een succesvol instrument, ontdekte ze. “Uit onderzoek blijkt dat wat ouders thuis doen aan leerondersteunend gedrag heel belangrijk is voor de schoolcarrière van hun kinderen. Kennismakingsgesprekken stimuleren ouders in dat ondersteunende gedrag en helpen leraren en ouders om de begeleiding thuis en op school beter op elkaar af te stemmen. Daarom zijn die gesprekken zo belangrijk.” 

Die kennismakingsgesprekken kunnen ook op school worden gevoerd, zegt Lusse, maar een gesprek bij de leerling en zijn ouders thuis heeft zeker voordelen: “Dat ouders zich bevinden op hun eigen terrein, dat ze het thuisbezoek ervaren als positieve aandacht en dat de leraar een beter beeld krijgt van de achtergrond van de leerling. Zowel ouders als leerlingen gaven in interviews aan dat zij een goed uitgevoerd thuisbezoek ervaren als warme belangstelling van de leraar. Dat versterkt de band tussen leerling, ouders en school. Maar het gesprek moet dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen, zoals een positieve sfeer, wederkerigheid en een goede gespreksopbouw. Een goed kennismakingsgesprek op school kan beter zijn dan een gezellig koffiepraatje tijdens een thuisbezoek.”

Spring naar 1 minuut 02.

Samen opvoeden dankzij thuisbezoek

Ook Monica Neomagus, adviseur ouderbetrokkenheid bij Verus, is enthousiast over thuisbezoek, omdat het scholen helpt om op een persoonlijke manier met de ouders in gesprek te raken. Niet alleen het ‘educatief partnerschap’ – waarbij ouders het leerproces ondersteunen - maar ook het ‘pedagogisch partnerschap’ is daarbij van belang, stelt Neomagus. “Wanneer je met de ouders in gesprek raakt over de waarden van de school, de identiteit en de relatie daarvan met de pedagogische aanpak, kun je ze ook vragen: wat víndt u daar eigenlijk van? Wat is úw visie op de opvoeding? En: waar vinden wij elkaar?” Dat gesprek over opvoeding kun je het beste voeren bij de ouders thuis, denkt Neomagus: “In hun eigen vertrouwde omgeving voelen ouders zich meer een gelijkwaardige partij die ertoe doet in het gesprek. Het versterkt hun eigenaarschap, ook als het gaat om de opvoeding op school. En het vergroot de betrokkenheid van ouders bij het kind in de setting op school.”

Guido de Bruin, adviseur identiteit bij Verus, denkt dat een school ook het gesprek over de identiteit van de school het beste thuis op bezoek bij de ouders kan voeren. “Bij het intakegesprek van de directeur met ouders komt de identiteit ook wel aan de orde, maar vaak op een wat formele en smalle manier. Tijdens een thuisbezoek kun je de tijd nemen voor een goed gesprek met de ouders over het ‘waarom’ of ‘waartoe’: waarom vindt de school bidden en vieren zo belangrijk en wat wil ze kinderen daarin meegeven? En hoe is dat voor u als ouders vanuit uw achtergrond? Thuisbezoek helpt ook om potentiële wrijvingen en conflicten over identiteit op het spoor te komen, bijvoorbeeld over hoofddoekjes of meedoen met bidden en vieren. Doordat je met elkaar een dieper gesprek voert over wat ouders en school in opvoeding en onderwijs van belang vinden, kom je minder snel tegenover elkaar te staan als het spannend wordt.”

Ook directeur Peter Hulsen van Ouders & Onderwijs ziet het voordeel van persoonlijker contact tussen school en ouders door thuisbezoek: “In dat contact gaat er helaas nog best veel fout. Kleine dingen kunnen uitgroeien tot grote kwesties, wanneer de afstand tussen ouders en school groot is. Bijvoorbeeld wanneer het kind straf krijgt, omdat het een ander kind in de ogen heeft geprikt. Als je een goede band hebt met de juf, kun je vragen: wat is er nu precies gebeurd, en was die straf echt nodig? Was er wel opzet in het spel? Is die band er niet, en ouders en leerkracht komen elkaar tegen, dan sta je gelijk 1-0 achter.” Ook bij de soms spannende gesprekken rond het schooladvies voor de overgang naar de middelbare school helpt die vertrouwensband enorm, zegt Hulsen. “Ouders hopen soms stiekem dat het advies hoger uitvalt. Een goede band helpt hen in elk geval om het advies makkelijker te accepteren. Ze weten dan dat de leerkracht het advies geeft met kennis van en respect voor het kind.”

Knelpunten voor (t)huisbezoek

Tijdens de gesprekken die we voerden met de scholen en deskundigen, hoorden we veel enthousiasme over (t)huisbezoek; we zouden bijna vergeten dat de meeste scholen er de afgelopen decennia juist mee gestopt zijn. Waarom, vroegen we ons af? Daarom legden we de deelnemers aan ons onderzoek ook een aantal stellingen voor, die gaan over de knelpunten voor (t)huisbezoek. Met stip op 1: ‘Een huisbezoek is tijdrovend’. Andere knelpunten die genoemd worden, zijn: ‘Een huisbezoek vraagt om specifieke vaardigheden en training van docenten’ en ‘Een huisbezoek beïnvloedt de houding van de docent ten opzichte van de leerling’. Met name docenten vinden dat een (t)huisbezoek niet opgelegd mag worden door de school. Ouders vinden veel vaker dat (t)huisbezoek wél een verplicht onderdeel zou moeten zijn. Het argument van ongewenste inbreuk op de privacy - dat ook vooral door docenten naar voren wordt gebracht - speelt bij ouders nauwelijks een rol.

De belangrijkste reden om te stoppen met thuisbezoek is dus: het kost (veel) tijd. Ook het Christelijk College Nassau-Veluwe (CCNV) in Harderwijk stopte om die reden met thuisbezoek, vertelt René Venema, afdelingsleider van de brugklassen. “Dat heeft nog heel wat voeten in de aarde gehad, omdat docenten het leuk vinden om bij de leerlingen thuis over de vloer te komen. En dat geldt helemaal voor de leerlingen en hun ouders. Docenten kregen daar ook heus wel waardevolle informatie boven. Maar uiteindelijk was het in veel gevallen toch niet écht nodig. En het kostte wél veel tijd.” Het Christelijk College Nassau-Veluwe is een streekschool, met een uitgestrekt voedingsgebied. Het was dus met name de reistijd die ervoor zorgde dat thuisbezoeken een te grote investering werden voor de docenten, zegt Venema. “Bovendien zijn veel ouders van onze leerlingen relatief hoog opgeleid, en goed in staat om hun kinderen te begeleiden. Ik kan mij voorstellen dat thuisbezoek voor andere scholen meer toegevoegde waarde heeft, maar voor onze school leverde het te weinig op.”

Achterstandswijken

Op het probleem van tijd – en werkdruk – komen we zo meteen terug. Maar Venema noemt hier nog een ander argument: het opleidingsniveau van de ouders. Om beter beeld te krijgen van welke scholen thuisbezoek nog uitvoeren, deden we naast het onderzoek ook een peiling onder de leden van Verus. Daarin valt op dat over het geheel genomen scholen in achterstandswijken vaker aan thuisbezoek doen. Datzelfde geldt voor scholen in het speciaal onderwijs en scholen met praktijkgericht onderwijs. We krijgen de indruk dat scholen met meer 'well-to-do' ouders en slimmere leerlingen minder de noodzaak voelen voor structureel thuisbezoek. Toch hebben de positieve effecten die genoemd worden in ons onderzoek, zoals beter begrip voor leerlingen, een betere band met ouders, minder conflicten en betere schoolprestaties, op zichzelf niets te maken met het opleidingsniveau en de portemonnee van ouders of kinderen. Ze gelden voor iedereen. 

Directeur Murko Greidanus van pcbs De Palm in Elim – die persoonlijk kennismaakt met alle nieuwe ouders – onderschrijft die stelling van harte: “Dat je als leerkracht persoonlijke aandacht toont voor het kind, door zijn thuissituatie te willen zien, wordt gewaardeerd door ouders van elk opleidingsniveau.” Opvallend is dat het Beekvliet Gymnasium in Sint-Michielsgestel – als ‘kansrijke’ school met een groot voedingsgebied – óók met volle overtuiging kiest voor thuisbezoek. Daar krijgen de mentoren extra uren voor, maar de school heeft niet genoeg middelen om ze daar helemaal voor te compenseren, zegt rector Carla Faassen. “Mentoren doen de thuisbezoeken dus voor een deel in hun eigen tijd. Maar ze vinden het zelf zó belangrijk en waardevol, dat ze dat er uiteindelijk graag voor overhebben.” Dat laatste horen we van meer scholen. Het lijkt er dus op dat wel of geen thuisbezoek niet zozeer een kwestie is van tijd, maar meer nog van prioriteit.

Tijd en werkdruk

Bij Verus nemen we het knelpunt van tijd en werkdruk in het onderwijs serieus. Jan Langelaar, adviseur bedrijfsvoering en infrastructuur bij Verus, zegt het zo: “Onderwijs is nu al topsport. Wanneer je een topsporter opzadelt met nóg een intensieve training, raakt hij overtraind. Dat gevaar dreigt ook voor docenten, nu de politiek met zaken als passend onderwijs steeds meer over de schutting van de scholen dumpt. Niemand neemt het echt op voor de docenten. Daardoor verzetten ze zich tegen thuisbezoek, en trekken ze een harnas aan van argumenten als ‘geen tijd’, ‘te druk’ en ‘ik ben toch zeker geen maatschappelijk werker?’ Terwijl elke docent diep in zijn hart deze maatschappelijke taak graag op zich neemt. Maar bestuurders en toezichthouders maken het altijd ingewikkelder.”

Toch daagt Langelaar scholen die hem vragen om advies graag uit om met hun schaarse tijd en geld andere keuzes te maken. “Wanneer je zoveel uren in de week partner van de ouders bent in de opvoeding, moet je wel heel goede argumenten hebben om het oudercontact te beperken tot drie keer een tienminutengesprek per jaar. Verus hecht veel waarde aan de school als gemeenschap van ouders, leerlingen en docenten. Thuisbezoek is een krachtig middel om die gemeenschap te versterken. Scholen gaan vaak mee met allerlei hypes, omdat ze zich als leuke school op de kaart willen zetten. Een sponsorloop, de olympiade, de avondvierdaagse... Maar leerkrachten raken dáárdoor juist overbelast. Scholen kunnen scherpere keuzes maken vanuit hun core business: jonge mensen onderwijzen en begeleiden.”

Wout Neutel – belangenbehartiger bij Verus – heeft goed nieuws voor scholen die worstelen met werkdruk: een initiatiefwet van SGP Tweede-Kamerlid Roelof Bisschop – die begin 2016 is aangenomen door het parlement – kan uitkomst bieden. “Deze regeling maakt een scherper onderscheid tussen de controlerende taak van de inspectie en haar stimulerende taak. Tot voor kort dachten veel scholen dat ze alles moesten doen wat de inspectie in de rapporten schreef, ook als daar geen wettelijke basis voor was. Nu is duidelijker gemaakt wanneer iets echt moet en wanneer het ‘slechts’ een advies is. We denken dat de nieuwe wet voor veel scholen de administratieve druk van de ketel kan halen. Verus wil scholen bewust maken van deze vrijheid en helpt ze graag om hun beleid meer zelf in te vullen, vanuit de identiteit van de school. Meer tijd maken voor thuisbezoek kan daar onderdeel van zijn.”

Creatieve oplossingen voor het probleem ‘tijd’

We vroegen scholen die wél kiezen voor thuisbezoek hoe het hen lukt om daar tijd voor vrij te maken. Welke keuzes maken zij in hun taakbeleid? Op Jenaplanschool De Verrekijker in Den Helder krijgen alle leerlingen elk jaar thuisbezoek. Een paar jaar geleden merkte toenmalig directeur Ellis Swagerman dat leerkrachten steeds vaker verzuimden om op thuisbezoek te gaan. “Het argument was: ‘geen tijd’. Toen heb ik tijdens een overleg gezegd: ‘Laten we teruggaan naar de basis. Willen we nog voor thuisbezoek gaan, en waarom dan?’ Toen werden zoveel winstpunten genoemd, dat we daar snel uit waren: ja, we gaan ermee door, en niet alleen in de onderbouw. We zijn gaan brainstormen en toen kwam iemand met het idee om de thuisbezoeken te combineren met het jaarlijkse portfoliogesprek, dat ook vrij veel tijd kost. Dat doen we nu bij de leerling thuis.”

Een andere creatieve oplossing komt van vmbo-school Calvijn Juliana in Rotterdam. Mentoren in de brugklas krijgen daar 75 uur extra voor de thuisbezoeken. Dat is ruim, met drie uur per leerling. Maar waar haalt de school die tijd vandaan? Deels door vakken te clusteren, legt onderwijsteamleider Tamara Breur uit. Daardoor kunnen evenveel vakken worden gegeven in minder uren. Daarnaast wint de school tijd door de opzet van thuiswerkvrije school. Breur: “De uren die leraren schrijven voor huiswerkbegeleiding hebben minder gewicht dan uren voor lesgeven. De mentoren beginnen elke dag met een huiswerkuur met hun eigen klas en sluiten drie dagen van de week af met huiswerkbegeleiding. Daardoor bouwen ze tegelijk een goede band op met hun klas. En door die goedkopere uren blijft er meer tijd over voor individuele contactmomenten met de leerlingen en met hun ouders.”

Directeur Murko Greidanus van De Palm in Elim is sinds kort ook directeur van cbs De Hoeksteen, in het naburige Nieuweroord. Daar maakt thuisbezoek nog geen deel uit van het beleid, maar Greidanus heeft al wel een idee over hoe hij het kan invoeren zonder dat de werkdruk voor leerkrachten te groot wordt. “Hier kennen ze nog de verplichte tienminutengesprekken. Per ronde zijn de leerkrachten twee of drie hele avonden hiermee bezig. Dat is ook een forse belasting. Ik wil af van die verplichting en daarmee ruimte scheppen voor structureel thuisbezoek. Dat hoeft niet per se elk jaar, maar kan bijvoorbeeld om het jaar.”

Gymnasium Beekvliet in Sint-Michielsgestel heeft het mentoraat zo ingericht dat de leerlingen de eerste twee jaar dezelfde mentor hebben. Rector Carla Faassen: “Het thuisbezoek is voor de mentor zo een investering waar hij zelf twee jaar van profiteert. En dat tweede jaar hoeft hij, als mentor van een tweede klas, dus níet op huisbezoek.” Voor scholen en docenten die zeggen dat ze het ‘te druk’ hebben om bij hun leerlingen thuis op bezoek te gaan, heeft Faassen een goed idee: “Probeer het eens een jaar uit, en kijk hoe het bevalt. En ga dan eens na wat het je oplevert en of het de investering waard is. Wat ons betreft heeft thuisbezoek zeker meerwaarde voor de persoonlijke begeleiding die we leerlingen willen bieden.”

Hoe organiseer je thuisbezoek?

Stel dat je als schooldirecteur of docent geïnspireerd bent geraakt, en je wilt aan de slag met thuisbezoek, hoe pak je dat dan aan? Ellis Swagerman voerde thuisbezoek met succes in op Jenaplanschool De Verrekijker. Sinds kort is ze directeur op pcbs Koningin Julianaschool in Den Helder, waar ze ook graag aan de slag wil met thuisbezoek. Haar plan klinkt als een goede blauwdruk voor de manier waarop je kunt omgaan met de begrijpelijke weerstand die er soms is onder docenten. “Bij het woord thuisbezoek denken de leerkrachten hier nu nog vooral aan ‘meer werkdruk’. Het is mijn taak als directeur om het team in eerste instantie na te laten denken over de zin van thuisbezoek. Vervolgens kunnen we samen bekijken hoe we thuisbezoek in de praktijk invullen en of we ergens anders tijd kunnen winnen. Thuisbezoek hoeft ook niet per se elk jaar bij alle kinderen. Het kan bijvoorbeeld ook één keer in de onderbouw en één keer in de bovenbouw.”

Pedagoog Mariëtte Lusse ontwikkelde op basis van haar promotieonderzoek een handreiking voor scholen, met tien succesfactoren voor een betere samenwerking tussen school en ouders als kern. Lusse benadrukt het belang van thuisbezoek voor alle leerlingen van een jaargang: “Wanneer je bij ouders thuis op bezoek gaat, moet je zien te vermijden dat ouders het gevoel krijgen dat je ze komt controleren. Je ziet nogal eens dat thuisbezoek alleen plaatsvindt bij een selectieve groep. Dan kunnen ouders denken: ‘Er zal wel iets niet goed zijn’. Het voelt dan snel als controle. Je kunt thuisbezoek dus beter organiseren voor alle leerlingen van bijvoorbeeld de brugklas.” Verder adviseert Lusse scholen om kennismakingsgesprekken vroeg in het schooljaar te plannen. “Daarmee bouw je een relatie op vóór je die nodig hebt. Bijvoorbeeld wanneer de leerresultaten tegenvallen, wanneer de leerling spijbelt of wanneer deze zich misdraagt op school.”

Hoe vaak kun je het beste op thuisbezoek gaan bij de leerlingen?

Veel basisscholen die wij spraken doen dit elk jaar, bij iedere leerling. In het middelbaar onderwijs is één keer aan het begin van de schoolcarrière gebruikelijker. Maar uiteindelijk moet elke school zelf de afweging maken tussen de tijd die het kost en de voordelen die het oplevert, zegt Verus-adviseur ouderbetrokkenheid Monica Neomagus. “Thuisbezoek hoeft niet per se elk jaar. Wanneer een school het alleen aan de start van de schoolcarrière doet, en bij nieuwe leerlingen, dan is dat ook al een goede investering. Je kijkt als docent en ouders elkaar dan toch een keer goed in de ogen, waarmee je de basis legt voor een goede relatie.” 

Hoeveel tijd moet je uittrekken voor een thuisbezoek?

De meeste scholen vertellen ons een halfuur tot een uur op bezoek te zijn bij de leerling en zijn ouders. Daar komt dan nog reistijd bij, wat voor een school met een regionale functie soms een knelpunt kan zijn. Docenten van Gymnasium Beekvliet plannen daarom vaak twee of drie thuisbezoeken in dezelfde buurt op één middag of avond. Verder hebben de meeste scholen een vorm van verslaglegging geregeld, bijvoorbeeld in het leerlingvolgsysteem, en worden de belangrijkste bevindingen vaak besproken tijdens een teamoverleg. Per thuisbezoek kom je dan al snel op anderhalf uur.   

Hoe zorg je goed voor je docenten rond de soms spannende thuisbezoeken?

Monica Neomagus drukt schoolbestuurders op het hart om ook daarin te investeren. “Leerkrachten horen en zien veel. Er is soms heel wat ellende bij mensen thuis. Dat kan belastend zijn voor sommige docenten. Het is belangrijk dat ze daarover kunnen praten met hun collega’s, dat ze goed worden voorbereid op het doen van thuisbezoek en dat er begeleiding mogelijk is. Bijvoorbeeld in de vorm van intervisie, waarbij docenten elkaar tips geven. Met professionele hulp als achtervang wanneer dat nodig blijkt.” Eén van de knelpunten die scholen ervaren rond thuisbezoek is dat het vraagt om specifieke vaardigheden en training. Ook daarin kan meer worden geïnvesteerd, denkt Neomagus. “Zeker jonge, onervaren leerkrachten kunnen best tegen thuisbezoek opzien. Er zou bijvoorbeeld op de pabo meer aandacht kunnen komen voor contact met ouders.” Tenslotte moeten leerkrachten niet verplicht worden om op huisbezoek te gaan, vindt Neomagus. “Er moet wel een keuze zijn. Als ze er zelf niet achter staan, werkt het niet.”

En hoe ga je ermee om wanneer óuders een thuisbezoek echt niet zien zitten?

Pedagoog Mariëtte Lusse adviseert scholen daar soepel mee om te gaan, en het ook hen uiteindelijk niet te verplichten. Directeur Peter Hulsen van Ouders & Onderwijs is het met haar eens. “Zeker als ouders niet gewend zijn dat de school echt moeite doet om hen beter te leren kennen, kan dat in eerste instantie leiden tot wantrouwen. Maar wanneer ouders over goede ervaringen horen van andere ouders, zullen de meesten ervoor openstaan om je thuis te ontvangen. Voor een goede relatie in het vervolg is het wel belangrijk dat de ouders het gevoel krijgen dat ze ook bij jou aan kunnen kloppen wanneer er iets aan de hand is met hun kind. Als je echt persoonlijk geïnteresseerd bent, kun je ouders er prima van overtuigen dat ze daar zelf ook belang bij hebben.”

Thuisbezoek organiseren in 5 stappen
Op basis van onder meer het stappenplan ‘Beter contact door huisbezoek’ dat kennisinstituut Forum ontwikkelde.

  1. Stel vast wat de visie van de school is op ouderbetrokkenheid en neem docenten daarin mee. Leg uit hoe thuisbezoek bijdraagt aan meer ouderbetrokkenheid.
  2. Luister naar de bezwaren en neem de weerstand weg door goede informatie te geven. Zoek samen naar mogelijkheden om tijd vrij te maken. Stel eventueel een proefjaar voor. 
  3. Maak duidelijke afspraken over tijd, gespreksopzet, rapportage en intervisie. 
  4. Plan het thuisbezoek aan het begin van het schooljaar. Dan heb je er het hele jaar voordeel van. 
  5. Houd een evaluatie na het eventuele proefjaar, en stel vast wat goed ging en wat beter kan.

Waardevol thuisbezoek

Wanneer de beslissing eenmaal is gevallen om op thuisbezoek te gaan, rest nog de vraag: hoe zorg je ervoor dat het thuisbezoek effectief en waardevol is? Volgens pedagoog Mariëtte Lusse moet het (kennismakings)gesprek daarvoor aan een aantal voorwaarden voldoen: “Het is belangrijk dat het gesprek plaatsvindt in een positieve sfeer, waarbij je vooral aandacht hebt voor wat goed gaat. Het gesprek moet verder wederkerig zijn, in plaats van eenrichtingsverkeer. Vervolgens is het ook nog van belang hoe je het gesprek opbouwt. Het moet geen gezellig koffiepraatje zijn, maar je moet een duidelijk plan hebben. Het gaat erom dat je als docent een samenwerking in gang zet met de ouders.” Lusse ontwikkelde een handreiking voor het kennismakingsgesprek in het basisonderwijs, met daarin diverse suggesties voor gespreksonderwerpen en tips voor een evenwichtig gesprek.

5 Adviezen voor een waardevol thuisbezoek
Op basis van de handreiking voor het kennismakingsgesprek in het basisonderwijs die pedagoog Mariëtte Lusse ontwikkelde:

  1. Vermijd elke schijn van controle. Bijvoorbeeld door bij alle leerlingen van de klas of de jaargang op thuisbezoek te gaan, en niet alleen bij bezorgdheid. 
  2. Hanteer als school één aanpak. Spreek bijvoorbeeld een bepaalde gespreksduur af, en houd je daar aan. Blijf niet uren zitten. 
  3. Zorg dat de leerling bij het gesprek is en betrek hem of haar er actief bij.
  4. Kies voor een positieve insteek van het gesprek, met aandacht voor wat goed gaat.
  5. Laat ouders en leerling mede bepalen wat er besproken wordt, en voorkom eenrichtingsverkeer tijdens het gesprek.

Meer informatie

Wie verder nog vragen heeft of advies kan gebruiken, kan terecht bij de adviseurs en belangenbehartigers van Verus:

Monica Neomagus

adviseur ouderbetrokkenheid

 

 

 

Wout Neutel

belangenbehartiger thuisbezoek

 

 

 

Guido de Bruin

adviseur identiteit

 

 

 

Jan Langelaar

adviseur bedrijfsvoering en infrastructuur