U bent hier

Oproep tot bescheidenheid bij curriculumherziening

Overheid en onderwijs
PO | VO

Veel kritiek op het huidige proces, een oproep tot bescheidenheid en het betrekken van de beroepsgroepen bij de curriculumherziening waar dat nodig is. Dat is heel in het kort wat de Tweede Kamer vanmiddag zei over de curriculumherziening.

Na twee dagen luisteren en vragen stellen aan een groot aantal spelers in de wereld van het onderwijs, was vanmiddag de beurt aan de onderwijswoordvoerders in de Tweede Kamer zelf. Zij gaven hun mening over de voorstellen van staatssecretaris Dekker over de curriculumherziening. 

Het fundament

Roelof Bisschop (SGP) begon zijn inleiding met de metafoor van het bouwen van een huis. Als je een huis wilt bouwen, begin je met een stevig fundament. Daarop bouw je vervolgens een stevig raamwerk wat daarna natuurlijk verfraaid kan worden met allerlei versieringen. Dat fundament bestaat in het onderwijs uit basiskennis. Zonder goede basiskennis is goed onderwijs niet mogelijk. 

Die degelijke basiskennis, gegeven door goed opgeleide (vak)docenten zou vanmiddag nog vaker langskomen. De inbreng die hoogleraar Paul Kirschner vorige week leverde is blijkbaar goed blijven hangen bij veel Kamerleden. 

Peter Kwint (SP) haakte hierop aan door te verwijzen naar het liedje dat hij vroeger op de basisschool leerde over de domme man die zijn huis bouwt op zand en de wijze man die zijn huis bouwt op de rots. Desnoods wilde hij in de tweede termijn de tekst wel volledig voordragen.

‘Hoe’ en ‘wat’ lopen door elkaar

Michel Rog (CDA) gaf aan dat er een discussie over het curriculum nodig is, zeker daar waar doorlopende leerlijnen ontbreken of waar kerndoelen weinig houvast bieden. Maar in de huidige voorstellen lopen het hoe en het wat te veel door elkaar. Waar nodig moeten kerndoelen en eindtermen worden gewijzigd met betrokkenheid van de inhoudelijke vakverenigingen, maar dat is in lang niet alle gevallen nodig. Hier en daar zijn die recent nog geactualiseerd. Ontwerpteams voor ’vakoverstijgende vaardigheden’ en persoonsvorming wijst hij af. Daar gaan de scholen echt zelf over op basis van hun pedagogisch-didactische visie.

Duidelijker kerndoelen

Ook Eppo Bruins (CU) pleitte voor bescheidenheid. “Vernieuw alleen datgene wat vernieuwd moet worden en leg de nadruk bij de leraren.” Maar hij was wel van mening dat de kerndoelen duidelijker moet worden omschreven. Daarmee zou je wellicht de kansenongelijkheid ook kunnen verminderen. 

Vervolgens gaf hij aan dat de overheid mag bepalen wat een leerling moet kennen en kunnen, maar dat de overheid nooit mag bepalen wat een leerling moet vinden. 

Rampspoed 

De grootste kritiek op het proces van curriculumherziening kwam van Harm Beertema (PVV). Hij haalde nogmaals de vele mislukte onderwijshervormingen van de laatste decennia aan. Ook Onderwijs2032 is wat hem betreft een ramp voor het onderwijs. Ook hij bepleitte vooral aandacht voor gedegen vakkennis. Daarvoor zijn goed opgeleide docenten nodig.

Zijn mening werd door veel andere woordvoerders in meer of mindere mate onderschreven. Alleen Bente Becker (VVD) steunde de staatssecretaris voluit. 

Aan het begin van de termijn van de staatssecretaris werd aangegeven dat er een plenaire bespreking komt waarin de Kamer de mogelijkheid heeft om moties in te dienen.