U bent hier

Gevolgen WWZ voor het onderwijs: Vervangers slaan één dagje invallen af

Overheid en onderwijs | Personeelsbeleid | Vrijheid van onderwijs
PO

De Wet werk en zekerheid geldt sinds drie maanden voor het bijzonder onderwijs. Wij vroegen onze leden hoe die tot nu toe ervaart. “Vervangers kiezen er zelf voor om niet meer voor één dag te komen. Ze hebben er zelf immers ook last van als ze -soms al na een paar weken- niet meer bij een bepaald bestuur mogen werken.”

Drie maanden na de invoering van de ketenbepaling voor het bijzonder onderwijs, organiseert de Tweede Kamer vandaag een rondetafelgesprek over dit onderwerp. Voor ons aanleiding onze leden te vragen hoe die twee zich eigenlijk tot elkaar verhouden: de flexwet en het onderwijs. Hun reacties, puntsgewijs:

  • Alle ondervraagden noemen dat de WWZ leidt tot een hogere werkdruk voor het vaste personeel. “We kunnen niet meer alle vervangersvragen invullen”, schrijft Adri Vogels van QliQ Primair Onderwijs. “Er wordt een groter beroep op scholen gedaan om intern oplossingen te bedenken om te voorkomen dat klassen naar huis gestuurd worden. Daarbij wordt er een beroep gedaan op zittende leraren om meer en meer flexibel beschikbaar te zijn. Dit werkt werkdruk verhogend.”
  • De administratieve druk neemt toe, en dat kost geld. Tijdens het rondetafelgesprek wordt gezegd dat dat weleens vier ton aan euro’s per samenwerkende besturen zou kunnen zijn. Administratieve medewerkers zijn bang om fouten te maken bij de nieuwe, ingewikkelde regelgeving, merkt Jan Sijtsema (voorzitter van CBO Fryslân en bestuurder van PCBO Tytsjerksteradiel). “Ze hebben behoorlijk wat ondersteuning nodig en daardoor is er een toename van overhead.”
  • Vervangers bedanken voor één dagje werk. “Een logische trend”, weet Levien Hamelink van Scholengroep Probaz. “Ze hebben er zelf immers ook last van als ze niet meer bij een bepaald bestuur mogen werken.” Één dag invallen is namelijk al één van de zes contracten in de ketenbepaling. Sijtsema heeft dezelfde ervaring: die maakte in de eerste twee weken van dit al verschillende malen mee dat invallers niet wilden komen voor één dag. “Ze geven aan, dat ze alleen voor een langere periode willen komen. Dat had als consequentie, dat we de vervanging niet konden regelen.”
  • Dit alles opgeteld betekent dat de ketenbepaling ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs. “Een grote groep leerkrachten die ingezet wordt op losse vervangingen wisselt noodgedwongen vaker van stichting als gevolg van de ketenregeling WWZ. Deze groep leerkrachten krijgt minder de kans zich te ontwikkelen in het vakgebied naar basisbekwaam leerkracht (volgen minder opleidingen/nascholing, geen vast klas voor langere tijd, minder begeleiding, coaching etc.). Dit heeft gevolgen voor de kwaliteit van onderwijs en zal zorgen voor meer uitstroom uit het vak”, vreest Vogels. “Met het oog op de vergrijzing een groot risico.”
  • Een oneerlijke concurrentiepositie voor het bijzonder onderwijs. want het openbaar onderwijs heeft vooralsnog niet te maken met de WWZ met de bijbehorende ketenbepaling en transitievergoeding omdat zij onder ambtenarenrecht vallen. “Dit is onmogelijk uit te leggen aan ouders van kinderen die bijzonder onderwijs volgen”, schrijft KPO Roosendaal in de factsheet die ze tijdens het rondetafelgesprek in Den Haag uitdeelde.

Verus gaf bij het rondetafelgesprek aan maar één oplossing te zien: het onderwijs moet niet langer onder de WWZ vallen.